sunnews_logoSURINAME U-NEWS
NIEUWS
Leiderschap wordt niet uitgeroepen maar verdiend
opinie/Trending Berichten/Published on: maandag 17 augustus 2026, 10:47 AM
SHARE
Leiderschap wordt niet uitgeroepen maar verdiend

INGEZONDEN - In het publieke debat werd recent gesteld dat president Jennifer Simons “geen voorbeeld mag zijn voor een volgende vrouwelijke president”. Dat is een stevige conclusie, zeker nu haar regering nog maar relatief kort aan het werk is. Een dergelijke uitspraak verdient daarom een kritische beschouwing.


Opvallend is dat deze kritiek afkomstig is van de voorzitter van DA’91, eveneens een vrouw en eveneens lijsttrekker tijdens de verkiezingen van 2025. Daarmee ontstaat een vergelijking die niet gebaseerd is op emotie of partijpolitiek, maar op de meest objectieve maatstaf die een democratie kent: het oordeel van de kiezer.


Beide vrouwen vroegen de bevolking om vertrouwen. Beide presenteerden een visie voor Suriname. Beide stelden zich beschikbaar om leiding te geven aan het land.


De uitkomst is bekend

De NDP behaalde onder leiding van Jennifer Simons achttien zetels en werd de grootste partij van Suriname. DA’91 behaalde geen enkele zetel en wist de kiezer onvoldoende te overtuigen om vertegenwoordigd te zijn in De Nationale Assemblée.


Dat betekent niet dat verkiezingsuitslagen de enige graadmeter voor leiderschap zijn. Leiderschap omvat ook integriteit, visie, besluitvaardigheid en het vermogen om mensen te verbinden. Maar verkiezingen vormen wél de ultieme democratische toets van politiek leiderschap. Uiteindelijk bepaalt niet een opinie, maar de bevolking wie voldoende vertrouwen geniet om leiding te geven.


Wie erin slaagt een partij naar de grootste verkiezingsoverwinning te leiden, heeft aantoonbaar bewezen een breed maatschappelijk draagvlak te kunnen mobiliseren. Dat is geen subjectieve waardering, maar een objectief vast te stellen politiek feit.


Juist daarom is het opmerkelijk wanneer iemand die zelf geen electoraal mandaat wist te verwerven, een definitief oordeel uitspreekt over het leiderschap van degene die wél het vertrouwen van tienduizenden Surinamers kreeg.


Dat betekent uiteraard niet dat president Simons immuun is voor kritiek. Integendeel. Democratisch leiderschap vraagt om transparantie, verantwoording en voortdurende toetsing. Iedere president moet worden aangesproken op beleid, prestaties en gemaakte keuzes.


Maar er bestaat een wezenlijk verschil tussen inhoudelijke kritiek en het trekken van verstrekkende conclusies over iemands geschiktheid als voorbeeld voor toekomstige vrouwelijke leiders.


Die redenering is bovendien moeilijk consequent vol te houden.


Suriname heeft in zijn geschiedenis meerdere mannelijke presidenten gekend die fouten maakten of te maken kregen met maatschappelijke kritiek. Toch heeft niemand daaruit geconcludeerd dat mannen daarom geen voorbeeld meer kunnen zijn of dat Suriname beter nooit meer een mannelijke president zou moeten kiezen. Hun functioneren werd beoordeeld als individu, niet als vertegenwoordiger van hun geslacht.


Diezelfde maatstaf behoort ook te gelden voor vrouwen.


Het presidentschap van Jennifer Simons is historisch omdat zij de eerste vrouw is die het hoogste ambt van het land bekleedt. Dat feit alleen rechtvaardigt echter geen mildere beoordeling, maar evenmin een strengere. Zij verdient precies dezelfde objectieve beoordeling als iedere president vóór haar: op basis van haar volledige regeerperiode, haar beleidsresultaten en haar bestuurlijke prestaties.


Bovendien is het democratisch weinig overtuigend om na een relatief korte bestuursperiode al definitieve historische conclusies te trekken. Grote maatschappelijke en economische veranderingen voltrekken zich niet in enkele maanden. Iedere regering moet de ruimte krijgen om haar beleid uit te voeren, waarna de kiezer opnieuw zijn oordeel kan geven.


Misschien is dat uiteindelijk de belangrijkste les.


Leiderschap wordt niet bepaald door wie de hardste kritiek uit, maar door wie het vertrouwen van de samenleving weet te winnen en vervolgens bereid is daarvoor verantwoordelijkheid te dragen.


De verkiezingen van 2025 hebben duidelijk gemaakt aan wie de Surinaamse kiezer dat vertrouwen heeft gegeven. Dat gegeven verdient respect, ongeacht politieke voorkeur.


Kritiek blijft een onmisbaar onderdeel van iedere democratie. Maar ook kritiek wint aan geloofwaardigheid wanneer zij gepaard gaat met zelfreflectie, respect voor de democratische keuze van de bevolking en de bereidheid om dezelfde maatstaven op zichzelf toe te passen als op anderen.


Want uiteindelijk spreekt in een democratie niet de commentator het laatste woord, maar de kiezer.


Samuels Chantel