sunnews_logoSURINAME U-NEWS
NIEUWS
Negen verdachten veroordeeld in zaak vermissing twee mannen
lokaal/Trending Berichten/Published on: maandag 17 augustus 2026, 10:37 AM
SHARE
Negen verdachten veroordeeld in zaak vermissing twee mannen

De negen verdachten die waren aangehouden naar aanleiding van de vermissing van twee mannen, zijn op 12 augustus 2026 door de kantonrechter veroordeeld. De opgelegde gevangenisstraffen variëren van twee tot zes jaar, telkens onder aftrek van de tijd die in voorarrest is doorgebracht. Daarnaast werden geldboetes opgelegd en enkele goederen verbeurd verklaard.

 

De verdachten S.S. en D.B. kregen elk een gevangenisstraf van zes jaar en een geldboete van SRD 50.000. De boete kan worden vervangen door elf maanden hechtenis.

 

De verdachten G.S., H.K., R.T. en R.K. werden elk veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf en een geldboete van SRD 20.000, te vervangen door vijf maanden hechtenis. L.P. en M.M. kregen elk twee jaar gevangenisstraf en een geldboete van SRD 10.000, te vervangen door drie maanden hechtenis.

 

Volgens de kantonrechter is uit de bewijsmiddelen in het dossier en de verklaringen van de verdachten duidelijk gebleken dat zij zich schuldig hebben gemaakt aan deelname aan een criminele organisatie en overtreding van de Wet Verdovende Middelen. Met name S.S. heeft volgens de rechter gedetailleerde verklaringen afgelegd die ondersteuning vinden in verklaringen van medeverdachten.

 

Uit de verschillende verklaringen is volgens de kantonrechter gebleken dat de verdachten op de hoogte waren van de drugs en assistentie hebben verleend bij het laden en lossen. Ook de overtreding van de Vuurwapenwet, die S.S. en D.B. ten laste was gelegd, is volgens de rechter uit het onderzoek gebleken.

 

De verdachten werd onder meer verweten zich schuldig te hebben gemaakt aan deelname aan een criminele organisatie, voorbereidingshandelingen met betrekking tot de Wet Verdovende Middelen en de uitvoer van cocaïne of een poging daartoe, dan wel het aanwezig hebben van cocaïne.

 

Het Openbaar Ministerie had tegen S.S. en D.B. een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van acht jaar en een geldboete van SRD 50.000 geëist, te vervangen door elf maanden hechtenis. Ook werd de gevangenhouding van beide verdachten gevorderd. Daarnaast vroeg het OM om de in beslag genomen vuurwapens, voertuigen, documenten en het kaartmateriaal verbeurd te verklaren.

 

Tegen G.S., H.K., R.T. en R.K. eiste de officier van justitie elk vijf jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf en een geldboete van SRD 20.000, te vervangen door vijf maanden hechtenis. Voor L.P. en M.M. werd elk drie jaar en zes maanden gevangenisstraf en een geldboete van SRD 10.000, te vervangen door drie maanden hechtenis, geëist.

 

De raadsman van S.S. vroeg tijdens het pleidooi om integrale vrijspraak. Indien de rechter tot een ander oordeel zou komen, vroeg hij om een straf die passend en geboden zou zijn. De raadslieden van de overige verdachten verzochten eveneens om vrijspraak van de gehele tenlastelegging wegens gebrek aan bewijs.

 

In de strafzaak tegen A.K. werd het Openbaar Ministerie op basis van artikel 95 van het Wetboek van Strafrecht niet-ontvankelijk verklaard. De verdachte was tijdens zijn detentie overleden.