
VHP-parlementariër Marciano Dasai heeft tijdens de openbare vergadering van De Nationale Assemblée (DNA) kritische kanttekeningen geplaatst bij de ontwerpwet inzake virtuele activa. Hoewel hij het doel van de wet onderschrijft, waarschuwt hij voor tekortkomingen op het gebied van rechtszekerheid, rechtsbescherming en uitvoerbaarheid.
Volgens Dasai heeft de ontwerpwet een duidelijk doel. Suriname is door de Financial Action Task Force (FATF) op aanbeveling 15, die betrekking heeft op nieuwe technologieën en virtuele activa, beoordeeld als non-compliant. Dat is volgens hem de laagst mogelijke beoordeling.
De Centrale Bank van Suriname (CBvS) heeft dit volgens Dasai ook erkend in haar schriftelijke reactie aan de Staatsraad. De Staatsraad heeft op zijn beurt gewaarschuwd dat het niet aannemen van de wet het risico met zich meebrengt dat Suriname op een internationale zwarte lijst terechtkomt. “Een blacklisting raakt niet in de eerste plaats de handelaar in bitcoin. Zij raakt de familie die een overmaking uit Nederland verwacht, de importeur die een letter of credit nodig heeft en de algemene bank die haar correspondentrelatie verliest”, stelde Dasai.
Volgens hem is het daarom belangrijk dat Suriname de wetgeving op dit gebied op orde brengt. Tegelijkertijd maakt hij een duidelijk onderscheid tussen het waarom van de wet en de manier waarop deze wordt vormgegeven. “Het waarom van deze wet steun ik dus. Maar het waarom is niet het hoe. En het hoe schiet op twee punten ernstig tekort. Het gaat om rechtszekerheid en rechtsbescherming, en uitvoerbaarheid.”
Marktontwikkeling ontbreekt
Dasai verwijst naar kritiek van de Staatsraad, die volgens hem heeft vastgesteld dat de ontwerpwet sterk lijkt te zijn ingegeven door aanbevelingen van de CFATF en FATF, en minder door de behoefte om de markt voor virtuele activa in Suriname daadwerkelijk te ontwikkelen en reguleren.
Volgens Dasai bestaat de ontwerpwet uit 24 artikelen, waarvan het merendeel betrekking heeft op vergunningverlening, verboden, toezicht, boetes en intrekking van vergunningen. “Geen enkel artikel gaat over het ontwikkelen van de markt die wij hier reguleren.”
Hij noemt het opvallend dat op de vraag of Suriname zich zou kunnen ontwikkelen tot een crypto- of fintechhub in de regio, is aangegeven dat dit geen onmiddellijke beleidsuitkomst is en dat pas in een latere fase wordt bekeken of verdere marktontwikkeling wenselijk en haalbaar is. “Dat is geen antwoord, voorzitter. Dat is uitstel. Wij worden gevraagd het slot op de deur te zetten voordat iemand heeft nagedacht over wat er achter die deur moet gaan gebeuren.”
Regels voor beleggersbescherming ontbreken
Dasai wijst daarnaast op het ontbreken van duidelijke bepalingen over reclame, risicowaarschuwingen en informatieverstrekking aan particuliere beleggers.
Volgens hem is dat opvallend, omdat artikel 41 het wel verbiedt om zonder vergunning diensten op het gebied van virtuele activa aan het publiek aan te bieden. Naar zijn oordeel moet de wet niet alleen bepalen wie de markt mag betreden, maar ook hoe consumenten en particuliere beleggers binnen die markt worden beschermd.
Kritiek op regelgevende bevoegdheid Centrale Bank
Ook op het gebied van rechtszekerheid ziet Dasai problemen. Volgens hem geeft de ontwerpwet op meerdere plaatsen de Centrale Bank ruime bevoegdheden om nadere regels vast te stellen, zonder dat de wet zelf duidelijke grenzen stelt.
Hij noemt onder meer artikel 11, waarin wordt bepaald dat een dienstverlener over een bepaald minimum aan eigen vermogen moet beschikken. De hoogte daarvan wordt volgens het artikel later bij regeling door de Centrale Bank vastgesteld.
Volgens Dasai weet een ondernemer daardoor bij de inwerkingtreding van de wet niet welk bedrag uiteindelijk vereist zal zijn. “Voor de ondernemer betekent dit dat hij op de dag van de afkondiging niet weet of hij een half miljoen SRD of 5 miljoen USD nodig heeft. Er valt geen ondernemersplan op te bouwen, terwijl artikel 4 lid 1 onder M intussen wel financiële projecties en balansprognoses voor drie boekjaren eist.”
Ook de bepalingen over administratieve boetes en toezichtskosten baren hem zorgen. Volgens Dasai worden de bedragen door de Centrale Bank vastgesteld zonder dat in de wet een maximum wordt genoemd.
‘Beoordelingsruimte kan leiden tot willekeur’
Dasai uit daarnaast kritiek op bepalingen waarin de Centrale Bank ruime beoordelingsvrijheid krijgt. Volgens hem heeft de Staatsraad gewaarschuwd dat bepaalde formuleringen te vaag zijn en tot willekeur kunnen leiden. De Centrale Bank zou hebben aangegeven dat zij beoordelingsruimte nodig heeft en gebonden is aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
Dasai vindt dat onvoldoende, omdat dergelijke bepalingen volgens hem op verschillende cruciale momenten terugkomen, onder meer bij weigering en intrekking van vergunningen, het ontheffen van bestuurders en het toezicht. “Beoordelingsruimte op ieder beslissend moment is geen beoordelingsruimte meer, dat is discretie.”
Zorgen over rechtsbescherming
Ook de rechtsbescherming van bestuurders en andere betrokkenen verdient volgens Dasai verbetering.
Hij verwijst naar artikel 10, waarin volgens hem wordt bepaald dat een bestuurder of lid van een toezichthoudend orgaan onmiddellijk kan worden ontheven wanneer tegen die persoon een strafrechtelijk onderzoek of vervolging naar een financieel-economisch delict is ingesteld.
Dasai benadrukt dat het artikel spreekt over een onderzoek en niet over een veroordeling. “Een aangifte die ergens ter wereld tot een onderzoek leidt, kost iemand hier onmiddellijk zijn functie.”
Ook de mogelijkheid om personen die bestuurder zijn geweest bij een instelling waarvan de vergunning is ingetrokken, zonder duidelijke termijn of toetsbare criteria uit te sluiten van een bestuursfunctie binnen de sector, noemt hij problematisch.
Uitvoerbaarheid vormt groot knelpunt
Het grootste probleem ziet Dasai echter bij de overgang van bestaande aanbieders naar het nieuwe wettelijke regime. Hij verwijst daarbij naar verschillende bepalingen in de ontwerpwet. De wet zou volgens artikel 44 in werking treden op de dag na de afkondiging. Tegelijkertijd is het verboden om zonder vergunning diensten op het gebied van virtuele activa aan te bieden.
Daar staat tegenover dat de Centrale Bank volgens de ontwerpwet tot drie maanden nodig kan hebben om een volledige vergunningsaanvraag te beoordelen. Wanneer aanvullende informatie wordt gevraagd, begint die termijn volgens Dasai opnieuw te lopen.
Bestaande aanbieders moeten zich volgens de ontwerpwet binnen dertig werkdagen aanmelden, maar die aanmelding geldt niet als een verlenging van een vergunning. “De uitkomst is dat ieder bedrijf dat vandaag in Suriname virtuele activadiensten verleent vanaf de dag na de afkondiging in overtreding is.”
Volgens Dasai kan dit betekenen dat bestaande ondernemers zich moeten aanmelden, terwijl zij tegelijkertijd zonder vergunning strafbaar bezig zijn totdat hun vergunning daadwerkelijk is verleend.
Hij noemt dit de zwaarste omissie in de ontwerpwet en pleit voor een duidelijke overgangsregeling. “Dit is naar mijn oordeel de zwaarste omissie in de gehele ontwerpwet. En zij is met één artikel te repareren.”
Onduidelijkheid rond strafbepaling
Tot slot wijst Dasai op een mogelijke technische inconsistentie in de ontwerpwet. Volgens hem wordt in artikel 42 wel verwezen naar artikel 3 lid 3 als misdrijf, maar niet naar artikel 3 lid 4, terwijl juist in artikel 3 lid 4 het kernverbod is opgenomen om zonder vergunning virtuele activadiensten aan te bieden.
Dasai vindt dat dergelijke onduidelijkheden vóór de definitieve goedkeuring van de wet moeten worden weggenomen.
Dasai stelt regering concrete vragen
Dasai legde de regering vervolgens een reeks concrete vragen voor. Zo wil hij weten of de regering bereid is om in artikel 37 een wettelijk maximum voor administratieve boetes op te nemen, waarbij de hoogte kan worden afgestemd op de categorie dienstverlener. Daarmee zou worden voorkomen dat de hoogte van boetes volledig bij regeling door de Centrale Bank wordt vastgesteld.
Ook vraagt hij naar de rechtvaardiging van artikel 37 lid 5, waarin de besteding van boeteopbrengsten volgens hem uitdrukkelijk wordt losgekoppeld van de uitvoeringskosten.
Dasai stelt voor om vast te leggen dat boeteopbrengsten aan de landskas toevallen. Volgens hem voorkomt dit dat de toezichthouder een financieel belang zou kunnen krijgen bij het opleggen van boetes.
Ook ten aanzien van de rechtsbescherming vraagt hij om verduidelijking. Hij wil weten hoe de mogelijkheid om iemand al bij een strafrechtelijk onderzoek onmiddellijk te ontheffen zich verhoudt tot de onschuldpresumptie zoals opgenomen in artikel 14 lid 2 van het Bupo-verdrag.
Hij vraagt de regering of deze bepaling kan worden beperkt tot ten minste een vervolgingsbeslissing, dan wel tot een onherroepelijke veroordeling.
‘Ik ben niet tegen de wet’
Dasai benadrukte aan het einde van zijn betoog dat hij niet tegen regulering van virtuele activa is. “Ik ben niet tegen de wet, ik ben tegen het aannemen van deze wet in de huidige vorm.” Volgens hem is dat onderscheid belangrijk, omdat de geconstateerde tekortkomingen volgens hem door middel van een nota van wijziging kunnen worden opgelost.
Dasai wees erop dat de Staatsraad in zijn advies zelf een route heeft aangegeven om verschillende bezwaren te ondervangen. Daarnaast zouden volgens hem verschillende punten door de Centrale Bank in haar schriftelijke reactie aan de Staatsraad al zijn erkend of aanvaard. “Die toezeggingen staan echter in een bijlage bij het advies. Wij stemmen niet over een bijlage, wij stemmen over een wet.”
Hij verzocht de regering daarom om de voorgestelde aanpassingen daadwerkelijk in de wetstekst op te nemen. Daarbij noemt hij onder meer een echte overgangstermijn, een boeteplafond, ruimere mogelijkheden voor bezwaar en vermogensscheiding voor cliëntactiva.
Volgens Dasai moet de wet niet alleen voldoen aan internationale verplichtingen, maar tegelijkertijd rechtszekerheid bieden aan ondernemers, effectieve rechtsbescherming waarborgen en praktisch uitvoerbaar zijn. “Ik zie het antwoord van de regering met belangstelling tegemoet.”
Zie videoverslag SUN WEB TV: https://www.youtube.com/watch?v=77seOibgpdc&t=27s





