
De openbaarheid van publieke informatie wordt gezien als een belangrijke pijler voor de verdere democratische ontwikkeling in Suriname en voor het versterken van het vertrouwen van burgers in de overheid en haar bestuursorganen. Dit vormt de kern van de ontwerpwet Openbaarheid Bestuursinformatie en de ontwerpwet Openbaarheid van Bestuur 2021.
De Commissie van Rapporteurs (CvR) heeft beide wetsvoorstellen op maandag 16 maart 2026 behandeld tijdens een vergadering. In het eerste deel besprak de commissie de voorstellen met de initiatiefnemers om nadere toelichting te verkrijgen. Daarbij kwamen onder meer de reikwijdte van de wet, de procedures voor het opvragen van overheidsinformatie en de verantwoordelijkheden van overheidsinstanties aan bod.
Het gaat om twee initiatiefvoorstellen voor de Wet Openbaarheid van Bestuur 2021, ingediend door Asiskumar Gajadien op 19 augustus 2025 en Ebu Jones op 19 december 2025. Met deze wetgeving wordt beoogd de transparantie binnen het bestuur te vergroten en de democratische controle te versterken.
Tijdens het tweede deel van de vergadering werden verschillende actoren en deskundigen gehoord. De directeur van Justitie, Bies Somai, benadrukte dat bij de uitvoering rekening moet worden gehouden met financiële consequenties. Volgens hem zijn investeringen nodig in digitale systemen en in de inrichting van processen voor informatieverstrekking. Hoewel een deel van de informatie al digitaal beschikbaar is, zullen medewerkers ook moeten worden voorbereid op de verwerking en ontsluiting van bestuursinformatie. Daarnaast wees hij op nog uit te werken logistieke aspecten.
De directeur van het ministerie van Binnenlandse Zaken, Nasier Eskak, gaf aan dat zijn ministerie een belangrijke rol zal vervullen bij de uitvoering van de wet. Hij stelde dat ook duidelijkheid moet komen over de vraag of informatie kosteloos beschikbaar wordt gesteld of tegen vergoeding.
Namens de Belastingdienst Suriname gaf Ashna Ramdhan aan dat enkele punten nader zullen worden bekeken, met name bepalingen waarin de Belastingdienst expliciet wordt genoemd in relatie tot gegevensverstrekking en mogelijke kosten. Deze zullen intern worden besproken en schriftelijk aan de commissie worden doorgegeven.
De Deken der Districtscommissarissen, Patrick Kensenhuis, wees op de termijn van 21 dagen waarbinnen informatie beschikbaar moet worden gesteld. Volgens hem kan deze termijn in de praktijk knelpunten opleveren. Hij stelde voor om deze te verruimen naar zes weken, zodat instanties voldoende tijd hebben om de gevraagde informatie zorgvuldig te verzamelen.
Tot slot is afgesproken dat de bevindingen van de stakeholders schriftelijk aan de CvR worden aangeboden en verwerkt in het verslag. Daarna zal het wetsvoorstel verder worden voorbereid voor behandeling. Aan de vergadering namen deel: Rossellie Cotino (voorzitter), Raymond Sapoen, Krishnakoemarie Mathoera, Kishan Ramsukul en Ingrid Karta-Bink.





