
INGEZONDEN - In augustus 2025 kregen tientallen werknemers van het directoraat Openbaar Groen en Afvalbeheer (OGA) van het ministerie van Openbare Werken & Ruimtelijke Ordening (OWRO) van de ene op de andere dag te horen dat zij niet langer welkom waren op hun werkplek. Minister Stephen Tsang stelde eenzijdig vast dat er bij hun aanstelling sprake zou zijn geweest van “fouten” en “omissies”.
Op basis van eigen politieke interpretatie werden de werknemers per brief meegedeeld dat zij niet op de loonlijst konden worden geplaatst en werd hen opgedragen niet meer op het werk te verschijnen. Deze ingrijpende maatregel werd genomen zonder hoor en wederhoor, zonder onderzoek en zonder enige juridische grondslag. De minister handelde alsof hij boven de wet stond en meende kennelijk dat zijn politieke oordeel volstond om rechtsgeldige dienstverbanden terzijde te schuiven.
De werkelijkheid is echter dat deze werknemers door voormalig OW-minister Riad Nurmohamed op correcte en rechtmatige wijze in dienst waren genomen. Minister Tsang ging er, ten onrechte, vanuit dat het hier zou gaan om VHP’ers. Het optreden van de minister was niets anders dan politieke wraakneming. Bestuur werd ingeruild voor willekeur.
De werknemers zagen zich genoodzaakt de rechter te benaderen om hun rechten af te dwingen. In het vonnis van 18 december 2025 heeft de kantonrechter ondubbelzinnig vastgesteld dat er sprake was van een rechtsgeldige dienstbetrekking tussen de Staat Suriname en de betrokken OGA-medewerkers. De door minister Tsang aangevoerde argumentatie is volledig verworpen en de overheid is gesommeerd het achterstallig loon alsnog uit te betalen.
Het optreden van minister Stephen Tsang is daarmee resoluut en publiekelijk door de rechter teruggefloten. Het machtsdenken dat aan dit besluit ten grondslag lag, is keihard ontkracht. De stellige beweringen van Tsang over vermeend onrechtmatige aanstellingen houden juridisch geen stand. Terugkrabbelen is geen keuze meer, maar een door de rechter afgedwongen noodzaak. De minister heeft zichzelf door zijn eigen woorden en handelen juridisch klemgezet.
Deze zaak overstijgt een individueel arbeidsconflict en legt een verontrustende bestuurscultuur bloot, waarin politieke willekeur en machtsvertoon dreigen te prevaleren boven rechtszekerheid en behoorlijk bestuur. Het lichtvaardig wegsturen van werknemers, enkel op basis van politieke interpretaties en zonder juridisch fundament, is onacceptabel binnen een democratische rechtsstaat.
De uitspraak vormt dan ook niet alleen een correctie van een ernstige bestuurlijke misstap, maar een duidelijke waarschuwing aan de ministers en de president. Bestuur is gebonden aan wet en recht, niet aan persoonlijke overtuiging of politieke durf. Wie het ambt van minister bekleedt, draagt verantwoordelijkheid, en die verantwoordelijkheid eindigt niet bij het ondertekenen van een brief.
In deze zaak heeft de rechter moeten doen wat de minister heeft nagelaten, namelijk het recht laten zegevieren. De uitspraak bevestigt opnieuw een fundamenteel principe dat in een rechtsstaat ook ministers gebonden zijn aan wet en recht. De minister moet weten dat wet en recht de basis vormen van de rechtsorde. Bestuur gebaseerd op bravoure en machtsvertoon eindigt onvermijdelijk bij de rechter. Dus minister Stephen Tsang, bezint eer gij begint!
Idris Naipal





