
INGEZONDEN - De discussie over het voorzitterschap van de VHP is begrijpelijk. Partijen die vooruit willen, moeten durven reflecteren. Maar reflectie vereist rust, feiten en verantwoordelijkheid — niet impulsieve conclusies of interne profilering.
Feit is dat Chan Santokhi bij de laatste verkiezingen het grootste persoonlijke mandaat van het volk heeft gekregen binnen de VHP. Dat democratisch gegeven kan en mag niet lichtvaardig terzijde worden geschoven. Mandaat betekent vertrouwen, ook wanneer bestuurlijke keuzes moeilijk waren en hervormingen diepe sporen nalieten.
Naast dat mandaat speelt nog een ander, vaak onderbelicht aspect een rol: internationale geloofwaardigheid. In een kleine, open economie als Suriname is politiek leiderschap niet uitsluitend een binnenlandse aangelegenheid. Vertrouwen van andere landen, financiële instellingen, investeerders en multilaterale organisaties is geen abstract begrip, maar een randvoorwaarde voor stabiliteit en ontwikkeling. Santokhi heeft in de afgelopen jaren een herkenbaar en voorspelbaar profiel opgebouwd in internationale fora en samenwerkingsverbanden, gebaseerd op rechtsstatelijkheid, het nakomen van afspraken en institutionele continuïteit. Dat vertrouwen bouw je niet in één verkiezingscyclus op — en je verliest het sneller dan men denkt.
Tegelijkertijd is het evident dat binnen de VHP behoefte bestaat aan vernieuwing, scherpere communicatie en een andere dynamiek richting de samenleving. In dat kader wordt de naam van Krishna Mathoera genoemd. Haar discipline, staat van dienst en maatschappelijke waardering maken haar tot een serieuze en geloofwaardige politica. Voor velen belichaamt zij een nieuwe energie en een andere toon binnen de partij.
De kernvraag is echter niet wie moet plaatsmaken voor wie. De kernvraag is hoe de VHP haar koers, geloofwaardigheid en stabiliteit bewaart — zowel nationaal als internationaal — in een politiek klimaat dat steeds emotioneler en vluchtiger wordt.
Een abrupte leiderschapswissel kan intern energie losmaken, maar brengt ook risico’s met zich mee: interne polarisatie, verlies aan institutionele rust en vragen bij externe partners over continuïteit en betrouwbaarheid. Omgekeerd kan vasthouden aan continuïteit zonder zichtbare vernieuwing leiden tot vervreemding bij delen van de achterban. Beide realiteiten bestaan naast elkaar en vragen om een volwassen afweging.
De VHP is historisch geen partij van spektakelpolitiek. Zij is gebouwd op rechtsstatelijkheid, bestuurlijke verantwoordelijkheid en internationale oriëntatie. Dat profiel vraagt leiderschap dat verbindt, corrigeert en ruimte maakt voor nieuwe krachten — zonder het fundament los te laten.
Daarom ligt de meest verstandige weg niet in een keuze tegen personen, maar in een keuze voor politieke volwassenheid: respect voor het democratisch mandaat, ruimte voor interne vernieuwing en het organiseren van leiderschap als collectieve verantwoordelijkheid.
Vernieuwing hoeft geen breuk te zijn. Stabiliteit hoeft geen stilstand te betekenen. De uitdaging voor de VHP is om beide waar te maken — zichtbaar, geloofwaardig en met discipline.
Dat is geen zwakte.
Dat is leiderschap.
Asha Remesar
Ondervoorzitter VHP Commissie voor Internationale Betrekkingen.
Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.





