sunnews_logoSURINAME U-NEWS
NIEUWS
Diaspora Instituut Suriname als onafhankelijke autoriteit noodzakelijk
lokaal/Trending Berichten/Published on: maandag 19 januari 2026, 09:02 AM
SHARE
Diaspora Instituut Suriname als onafhankelijke autoriteit noodzakelijk

De roep om het Diaspora Instituut Suriname (DIS) om te vormen tot een onafhankelijke autoriteit is in 2026 luider dan ooit. Jurist en commentator Owen Venlo is een van de drijvende krachten achter dit pleidooi. Zijn argumentatie rust op het feit dat de huidige structuur (als onderdeel van het ministerie van BIS) te kwetsbaar is voor politieke wisselingen en bureaucratie.


De onafhankelijke status van het DIS is noodzakelijk om waarborging van continuïteit (politieke neutraliteit). In de huidige vorm is het DIS direct gekoppeld aan de zittende regering. Venlo en andere critici stellen dat diasporabeleid een nationale visie voor de lange termijn vereist, die niet elke vijf jaar mag veranderen bij een nieuwe minister. Een onafhankelijke autoriteit kan projecten door laten lopen, ongeacht welke partij aan de macht is en professionele experts aantrekken op basis van kunde in plaats van politieke kleur.

 

De diaspora beschikt over miljarden aan kapitaal en enorme expertise, zegt Venlo, maar is terughoudend vanwege het gebrek aan transparantie. Een onafhankelijke autoriteit kan fungeren als een betrouwbaar instituut dat toezicht houdt op diaspora-fondsen en investeringsinstrumenten.

Tevens biedt het juridische zekerheid voor ondernemers uit de diaspora die terug willen keren of zaken willen doen. Een ander belangrijk aspect is dat bureaucratische barrières (zoals bij banken en het kadaster) actief worden weggenomen zonder tussenkomst van politici.

 

Zijn kernpunt is dat de diaspora niet langer als "melkkoe" of incidentele geldschieter moet worden gezien, maar als een integraal onderdeel van de Surinaamse natie.

Venlo benadrukt dat diasporabeleid nu vaak over de diaspora wordt gemaakt, in plaats van met hen. Een onafhankelijk orgaan zou in het bestuur ook vertegenwoordigers uit de diaspora in Nederland, de VS en de regio en het gebruik van de diaspora als strategische partner voor de olie- en gassector, waarbij kennisoverdracht centraal staat.

 

Het Diaspora Instituut als autoriteit zou volgens hem eigen budgetten en beslissingsbevoegdheid moeten hebben om langetermijnprojecten (zoals investeringen in de oliesector) te kunnen managen zonder politieke inmenging.

 

Vastlegging in de Grondwet (Artikel 5) is een andere noodzaak.

Een van zijn meest fundamentele eisen is de juridische erkenning van de diaspora.

Venlo verwijst vaak naar de Toedelingsovereenkomst en de grondwet om te betogen dat Surinamers in de diaspora hun rechten in Suriname nooit volledig hebben verloren.


Hij eist dat de rechten van de diaspora worden vastgelegd in beleidsplannen met cijfermatige einddoelen (bijvoorbeeld: "Suriname in 2040 een land van 1 miljoen inwoners, inclusief de diaspora").

"Beleid voor de doelgroep, dóór de doelgroep", zegt Venlo. Hij bekritiseert het feit dat diasporabeleid vaak in Paramaribo wordt gemaakt zonder de diaspora zelf aan tafel te hebben.

De diaspora moet een directe stem krijgen in het bestuur van het instituut.

Hij stelt dat jongerenbeleid met jongeren wordt gemaakt, en dus diasporabeleid met de diaspora moet worden vormgegeven om effectief te zijn.


Met betrekking tot economische participatie en de toekomstige olie-inkomsten (vanaf 2028) is Owen Venlo van mening dat de diaspora een centrale rol krijgt in de economische wederopbouw.

Hij wil dat er veilige instrumenten komen (zoals een diaspora-bank of specifieke obligaties) waarmee Surinamers in het buitenland kunnen investeren in de lokale productie.


Het instituut moet volgens hem niet alleen om geld vragen, maar een systeem opzetten waarbij de enorme expertise in het buitenland structureel wordt ingezet bij de overheid en het bedrijfsleven.

Het actief strijden door het instituut tegen de bureaucratische hindernissen die remigratie en investeringen nu bemoeilijken, zoals de moeizame procedures voor het openen van bankrekeningen, onduidelijkheid over de PSA-status (Personen van Surinaamse Afkomst) en het gebrek aan transparantie bij het verzenden van goederen (zoals de bekende container-problematiek), kan de weg vrijmaken voor prettiger zaken doen.

 

Venlo's boodschap is duidelijk: "Zonder een serieus diasporabeleid is Suriname verloren." Hij waarschuwt dat als het instituut een "lege huls" blijft, het vertrouwen van de diaspora definitief zal verdwijnen, juist op het moment dat het land de kennis en het kapitaal het hardst nodig heeft.