sunnews_logoSURINAME U-NEWS
NIEUWS
Regeringsleiders die corruptie met de mond belijden te bestrijden
lokaal/Trending Berichten/Published on: maandag 09 maart 2026, 10:30 AM
SHARE
Regeringsleiders die corruptie met de mond belijden te bestrijden

Het is de grote Surinaamse paradox. Zo spreken kritische burgers zich uit over deze kwestie, omdat regeringslui zichzelf schuldig maken aan corruptie en achtervolgd worden door schandalen. De uitspraak "wie fraudeert moet de bak in" wordt in dit licht vaak gezien als podiumtaal of politieke strategie. Regeringslieden veroordelen corruptie, terwijl de praktijk vaak anders oogt.

 

Een sprekend voorbeeld is de Pan-American-kwestie. Toen er beschuldigingen kwamen over onrechtmatige betalingen van miljoenen dollars aan een vastgoedproject, deed de politicus Ronnie Brunswijk iets opmerkelijks: hij verklaarde publiekelijk dat hij er niet bij was toen het besluit werd genomen en dat hij zelfs had geadviseerd het aan te houden. Door corruptie in algemene zin te veroordelen, creëert een leider afstand tussen zichzelf en het specifieke schandaal. Het is een manier om te zeggen: "De corruptie zit bij de anderen (de coalitiepartner of ambtenaren), niet bij mij."

 

De regering Santokhi-Brunswijk hamerde vaak op de installatie van de Anti-Corruptiecommissie en het verplicht stellen van de vermogensverklaring voor publieke functionarissen (die eind 2025/begin 2026 eindelijk vorm kreeg). Zolang je wetten maakt en commissies installeert, kun je internationaal (bijv. bij het IMF) en nationaal volhouden dat je corruptie bestrijdt. De retoriek ("de bak in") dient dan als bewijs van "politieke wil", ook als de feitelijke vervolging uitblijft.

 

Regeringslieden veroordelen corruptie vaak heel fel wanneer het gaat om de vorige regering. Dit is een veilige manier om de eigen "zuiverheid" te benadrukken door te wijzen op de fouten van voorgangers. Het aanpakken van fraude bij instellingen zoals de Melkcentrale, Grassalco en het SZF (Staatsziekenfonds) wordt breed uitgemeten in de media om te laten zien dat er "keihard wordt opgetreden", terwijl grote dossiers rondom politieke topfiguren vaak in de la van de procureur-generaal blijven liggen.

 

In Suriname is corruptie vaak systemisch. Politieke partijen zijn gestoeld op patronage (het geven van gunsten, banen en grond aan de achterban). Een politicus die corruptie niet veroordeelt op het podium, pleegt politieke zelfmoord. Tegelijkertijd wordt het "regelen" van zaken voor "friends and family" binnen de partijcultuur vaak niet als diefstal gezien, maar als "het helpen van de eigen mensen".

 

Wat de burger ervan vindt, is dat wanneer een leider roept dat personen die een strafbaar feit plegen de bak in moeten, dit voor de burger vaak een bron van cynisme is. Men ziet namelijk straffeloosheid, omdat zelden een echte "topper" achter de tralies belandt.

 

Daarnaast is de mening van kritische burgers dat er sprake is van draaideurpolitiek. Personen die in opspraak raken, worden vaak verschoven naar een andere post in plaats van ontslagen of vervolgd en worden ook nog beloond met een salaris.

 

De conclusie is dan ook dat het veroordelen van corruptie door regeringslieden vaak een noodzakelijk ritueel is. Het is een poging om moreel gezag te claimen in een systeem waarin de scheidslijn tussen algemeen belang en eigen belang flinterdun is.