
In haar nieuwste uitgave (24ste editiei) zet de Suriname Economic Oversight Board (SEOB) enkele economische ontwikkelingen op een rij. SEOB is een onafhankelijke instantie, opgericht op 1 juni 2023 met het hoofddoel van het monitoren van het IMF-programma. Na de afronding van het IMF-programma richt de SEOB zich nu op het monitoren van de belangrijkste macro-economische indicatoren en het adviseren van de regering en belangrijke stakeholders. De gebruikte prestatie-indicatoren zijn gebaseerd op de doelstellingen van het IMF-programma. Op onze website – www.seob.sr – worden statistieken regelmatig overzichtelijk gepresenteerd.
Inflatie en wisselkoers
In 2025 zette de opwaartse inflatietrend zich duidelijk voort. Na een stijging tot circa 8% in juni liep de inflatie in juli verder op met 2 procentpunt tot 10%, waarmee opnieuw sprake was van een tweecijferig inflatiecijfer. Deze ontwikkeling vergroot de druk op zowel consumenten als bedrijven en benadrukt de urgentie van gerichte maatregelen om prijsstabiliteit te waarborgen. De stijging wordt voornamelijk gedreven door een toename van de geldhoeveelheid, veroorzaakt door zowel hogere overheidsuitgaven (een vertraagd gevolg van de verkiezingsuitgaven) als kredietgroei in de private sector. Dit vertaalt zich in aanhoudende druk op de wisselkoers die zijn weerslag heeft op de inflatie. Hoewel de Amerikaanse dollar recentelijk een lichte waardedaling heeft laten zien, werken eerdere koersstijgingen nog steeds door in de prijzen. Ook onzekerheid draagt bij aan extra druk op de wisselkoers.
Monetaire ontwikkelingen
De groei van de SRD-component van de basisgeldhoeveelheid vertraagde in juli 2025 tot 1,1%, voornamelijk gedreven door liquiditeitsabsorptie via openmarktoperaties en valutaveilingen door de Centrale Bank. De SEOB schat dat de groei in M0 zonder liquiditeitsabsorptie op ongeveer +2% zou kunnen uitkomen. Een belangrijke ontwikkeling is de verkleining van de kloof tussen de vastgestelde SRD-M0 doelstelling en de feitelijke SRD-M0, die daalde van 32,3% in mei naar 18,7% in juli. Hoewel de discrepantie nog substantieel is, duidt een afname erop dat de Centrale Bank de geldhoeveelheid dichter bij haar doelstelling heeft kunnen brengen.
In juli 2025 is het SRD-aandeel binnen de brede geldhoeveelheid (M2) met ongeveer 3,3% toegenomen. Deze expansie wordt in belangrijke mate toegeschreven aan verhoogde overheidsuitgaven en een toename in de kredietverlening aan de private sector. Indien deze ontwikkeling aanhoudt zonder begeleidende monetaire verkrapping, kan dit leiden tot verscherpte inflatoire druk en verhoogde volatiliteit op de valutamarkt, hetgeen het macro-economisch evenwicht verder onder druk kan zetten.
Internationale reserves
De internationale reserves blijven op een relatief solide niveau en weerspiegelen in juli 2025 een importdekking van circa 7,2 maanden. Het totaalbedrag aan reserves – inclusief de reserves van de commerciële banken – bedroeg in juli USD 1,54 miljard waarmee de externe positie van het land ruim boven de minimumvereiste van drie maanden importdekking blijft.
Ten opzichte van juni is echter sprake van een lichte daling van 0,3%. Hoewel deze afname beperkt is, vereist het behoud van een robuuste reservepositie voortdurende aandacht, gezien het belang ervan voor wisselkoersstabiliteit, externe schokbestendigheid en het vertrouwen in het macro-economisch beleid.
Overheidsfinanciën
De overheidsrekeningen vertoonden in juni 2025 een verbetering. Dit, voornamelijk vanwege het seizoenseffect voor de inning van inkomstenbelastingen. Zowel de primaire rekening als de totale rekening1 sloten de maand af met een overschot van respectievelijk SRD 580,1 miljoen en SRD 270,3 miljoen.
Wanneer de cijfers over de periode januari tot en met juni 2025 in beschouwing worden genomen, blijkt dat de structurele begrotingspositie nog steeds negatief is. Deze structurele tekorten duiden op een onderliggend begrotingsprobleem dat niet volledig wordt gecompenseerd door incidentele maandelijkse verbeteringen. Beleidsmatig is het daarom van belang de positieve trend van juni te consolideren met duurzame maatregelen die gericht zijn op het verhogen van de overheidsinkomsten en het beheersen van de uitgaven. Alleen dan kan een stabieler en veerkrachtiger begrotingskader worden gerealiseerd.
Staatsschuld
In juli 2025 daalde de staatsschuld als percentage van het BBP licht ten opzichte van de voorgaande maand. Op basis van de internationale definitie daalde de schuldquote naar 84,5%, een daling van 1,4 procentpunt. Volgens de wettelijke definitie daalde de schuldquote in juli naar 108,9%, een afname van 1,7 procentpunt – op basis van het BBP van 2023. Ondanks deze positieve ontwikkeling blijft de staatsschuld ver boven het wettelijk vastgestelde schuldplafond van 60% van het BBP, dat is onderverdeeld in 25% voor binnenlandse en 35% voor buitenlandse schuld.
Als de begrotingstekorten van de overheid aanhouden, verwacht de SEOB dat de staatsschuld onder druk zal blijven de komende maanden. Om de schuldenlast op termijn beheersbaar te houden, is een geïntegreerde aanpak vereist.
Dit omvat:
• Een geleidelijke versterking van de inkomstenbasis van de overheid, via effectievere belastinginning. Aangezien dit tijd vergt, blijft de druk op de begroting op korte termijn bestaan.
• Actief schuldbeheer, waarbij de overheid haar schuldportefeuille optimaliseert door te sturen op langere looptijden, lagere rentelasten en een betere risicospreiding.
• Bevordering van economische groei, onder meer door investeringen in productieve sectoren en het verbreden van de economische structuur, zodat het BBP toeneemt en de schuldquote daalt.
Bankensector
In juli 2025 laat de bankensector een gemengd beeld zien. De gemiddelde leenrentes bleven stabiel op een hoog niveau van 14,5%, wat kredietverlening duur houdt. De gemiddelde spaarrentes stonden op 6,5%. De solvabiliteitsratio steeg licht naar 22,5%, maar blijft ruim boven de internationaal aanvaardbare norm van 8%, wat wijst op een nog steeds sterke kapitaalpositie. Zorgwekkend is echter de stijging van niet-renderende leningen (NPL’s) naar 6,6% ten opzichte van eerdere maanden; een teken dat kredietnemers het moeilijker krijgen. Deze combinatie van dure leningen, dalende spaarrentes en oplopende kredietrisico’s vraagt om scherp risicobeheer en een heroverweging van het rentebeleid om de financiële stabiliteit te waarborgen.





