
President Jennifer Simons heeft op maandag 13 oktober 2025 de geloofsbrieven ontvangen van de niet-residerende ambassadeurs van Guatemala, Ierland, Zweden en Algerije. Eerder had het staatshoofd al de diplomatieke documenten in ontvangst genomen van vertegenwoordigers uit de Dominicaanse Republiek, België en de Europese Unie.
Tijdens de plechtigheid benadrukte president Simons het belang van internationale samenwerking. Volgens haar kan Suriname in zijn ontwikkelingsrichting profiteren van kennis, ervaring en steun van andere landen. “Als je als land internationaal goed gepositioneerd bent, kan dat leiden tot ondersteuning,” aldus de president.
Ze verwees naar haar recente deelname aan de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (AVVN) in New York, waar haar presentatie over Surinames biodiversiteit heeft geleid tot een donatie van 20 miljoen Amerikaanse dollar van een coalitie van natuur- en milieuorganisaties. De Zweedse afgezant liet haar weten dat haar toespraak ook in Zweden veel aandacht heeft gekregen.
President Simons benadrukte dat het belangrijk is voor Suriname om actief aanwezig te zijn op internationale conferenties:
“Zo kunnen landen zien welke richting je opgaat en bepalen welke van hen bereid zijn je daarin te ondersteunen. Het is dus essentieel om niet alleen te gaan, maar ook om als land duidelijk je stempel te drukken.”
Tijdens de AVVN had de president ook ontmoetingen met vertegenwoordigers van verschillende landen om bilaterale samenwerking te bespreken. Ze gaf aan dat Suriname prioriteit geeft aan samenwerking met buurlanden in de regio, maar ook met landen verder weg, zoals Barbados, Indonesië, China, India, Afrika en Europese staten.
Volgens Simons heeft Suriname, ondanks zijn kleinschaligheid, “veel te bieden aan de wereld”, verwijzend naar de carbon-negatieve status en de culturele diversiteit van het land.
In de gesprekken met de nieuwe ambassadeurs kwamen diverse thema’s aan bod. Met Guatemala werd gesproken over culturele en financieel-economische samenwerking. Ierland toonde interesse in het klimaatbeleid, mede vanwege zijn betrokkenheid bij de Small Island Developing States (SIDS), waartoe ook Suriname behoort. Zweden benadrukte eveneens zijn inzet om de effecten van klimaatverandering te mitigeren.
President Simons haalde ook een persoonlijke herinnering aan: in 1996 ontmoette zij in het buitenland Zweedse parlementariërs die haar informatie gaven over hun wetgeving inzake ouderschapsverlof. Deze wetgeving diende later als inspiratie voor aanpassing in Suriname en werd door De Nationale Assemblee aangenomen.
“Dit toont opnieuw aan hoe waardevol internationale samenwerking kan zijn,” besloot president Simons. (CDS)





