sunnews_logoSURINAME U-NEWS
NIEUWS
Politiek geheugenverlies?
lokaal/Trending Berichten/Published on: maandag 19 oktober 2026, 09:43 AM
SHARE
Politiek geheugenverlies?
DNA-lid Ameerani Jarbandhan

Vertel dan wel het volledige verhaal over Suriname van 2020 tot 2025

 

INGEZONDEN - Met belangstelling heb ik de kritiek van Alerto Boerleider op voormalig minister van Financiën, Armand Achaibersing, gelezen. Kritiek leveren is ieders goed recht, maar wanneer we spreken over politiek geheugenverlies, moeten we ook bereid zijn eerlijk terug te kijken naar de toestand waarin Suriname in juli 2020 verkeerde.

 

Want wat heeft de regering-Santokhi–Brunswijk eigenlijk overgenomen?

Een economie die ernstig was ontwricht, een wisselkoers die op de parallelmarkt uit de hand was gelopen, een onhoudbare staatsschuld, vrijwel uitgeputte vrij beschikbare internationale reserves en een overheid die met ernstige liquiditeitsproblemen kampte.

 

Dit zijn geen politieke verzinsels. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) heeft deze situatie uitvoerig beschreven.

1. Een staatsschuld van bijna 150% van het bruto binnenlands product

 

Volgens een IMF-analyse was de overheidsschuld in 2020 opgelopen tot bijna 150% van het bbp. De schuld werd als onhoudbaar beoordeeld.

Dat betekent dat de regering in 2020 niet begon met een gezonde financiële huishouding, maar met een enorme schuldenlast en betalingsverplichtingen waarvoor oplossingen moesten worden gevonden.

Wanneer Boerleider vervolgens de stijging van de staatsschuld in SRD aanhaalt, moet hij ook rekening houden met de gevolgen van de wisselkoers. Een buitenlandse schuld kan in Amerikaanse dollars gelijk blijven, terwijl de waarde daarvan in SRD fors stijgt.

Dat verschil is economisch essentieel.

 

2. De wisselkoerscrisis bestond al vóór Achaibersing

In 2020 was de parallelle wisselkoers volgens het IMF al met meer dan 130% verslechterd. De overheid had jarenlang tekorten mede monetair gefinancierd, met ernstige gevolgen voor de waarde van de SRD.

Wie de koersontwikkeling vanaf 2021 bespreekt, maar de situatie van 2020 buiten beschouwing laat, geeft geen volledig beeld.

De vraag moet zijn welke monetaire en fiscale problemen werden overgenomen, welke maatregelen daarna werden getroffen en welke resultaten daarmee zijn bereikt.

 

3. De Oppenheimer-schulden waren een erfenis

De internationale obligatieschulden waren al vóór het aantreden van Achaibersing aangegaan.

De regering moest onderhandelen met schuldeisers omdat Suriname zijn verplichtingen niet langer normaal kon nakomen.

De herstructurering werd in november 2023 afgerond met de particuliere obligatiehouders. Dat was onderdeel van een breder traject om de schuldenpositie weer beheersbaar te maken.

Natuurlijk mogen de uiteindelijke kosten van die herstructurering kritisch worden onderzocht. Maar men kan niet doen alsof de oorspronkelijke schulden door de regering van 2020 zijn veroorzaakt.

 

4. Wat zeggen de resultaten van het herstelprogramma?

Het IMF rapporteerde in 2025 onder andere:

- Een daling van de inflatie van ongeveer 61% eind 2021 naar 10% eind 2024.

- Een stijging van de bruikbare internationale reserves van slechts 0,4 maand importdekking bij het aantreden van de regering in juli 2020 naar ongeveer 6,4 maanden.

- Herstructurering van vrijwel alle buitenlandse overheidsschulden.

- Herstel van economische groei en internationaal investeerdersvertrouwen.

- Verbeteringen in het toezicht op de financiële sector.

 

Dat zijn meetbare ontwikkelingen die niet zomaar uit de economische geschiedenis kunnen worden weggelaten.

 

5. Hebben burgers zware offers gebracht? Absoluut.

De hoge inflatie, belastingdruk, OMO-rentekosten en aantasting van de koopkracht hebben grote gevolgen gehad voor de bevolking en het bedrijfsleven.

Daarover moet volledige verantwoording worden afgelegd.

Ook moet worden onderzocht of de economische stabilisatie sneller en met minder maatschappelijke schade had kunnen plaatsvinden.

Maar het is economisch onjuist om uitsluitend de pijnlijke maatregelen te beoordelen zonder de crisis te erkennen die deze maatregelen noodzakelijk maakte.

 

6. Een minister draagt verantwoordelijkheid, maar niet voor alles wat hij heeft geërfd

Armand Achaibersing was minister van 2020 tot 2022. De ontwikkelingen tussen 2022 en 2025 vallen bovendien onder meerdere bewindspersonen en instellingen.

Wie hem persoonlijk verantwoordelijk wil houden voor de volledige economische ontwikkeling over vijf jaar, moet duidelijk aangeven welke besluiten hij zelf heeft genomen en welke gevolgen rechtstreeks daaraan kunnen worden toegeschreven.

Hetzelfde geldt voor het beleid van de Centrale Bank, de OMO-operaties en de latere schuldherschikkingen.

 

Mijn conclusie

Ik ben niet tegen kritiek op voormalige ministers of regeringen. Integendeel, iedere bestuurder moet rekenschap afleggen.

Maar politieke verantwoording moet gebaseerd zijn op het volledige economische verhaal.

We kunnen niet doen alsof Suriname in juli 2020 een gezonde economie, een stabiele munt, voldoende reserves en een beheersbare staatsschuld had.

Evenmin mogen we de offers van de bevolking negeren of alle resultaten van het herstelprogramma zonder meer aan één persoon toeschrijven.

Wie spreekt over politiek geheugenverlies, moet zelf ook bereid zijn terug te gaan naar 2020 en vervolgens de ontwikkeling tot 2025 objectief te beoordelen.

Want politiek geheugenverlies begint juist wanneer we de oorzaken van een crisis vergeten, maar uitsluitend degenen beoordelen die de crisis moesten aanpakken.

Suriname heeft geen behoefte aan selectieve geschiedschrijving, maar aan een eerlijke, volledige en met cijfers onderbouwde beoordeling van zijn economisch beleid.

 

Dr. Ameerani Jarbandhan

DNA-lid