
Tijdens de behandeling in De Nationale Assemblée heeft NDP-fractieleider Rabin Parmessar uitvoerig stilgestaan bij het ontwerpwet ter goedkeuring van het nieuwe grensprotocol tussen Suriname en Frankrijk. Het protocol legt de grens over de Marowijne en Lawarivier digitaal vast met circa 2.300 GPS-coördinaten en moet zorgen voor een juridisch erkende grenslijn en een gestructureerd beheer van het grensgebied.
Volgens Parmessar heeft het protocol een veel bredere betekenis dan alleen technische grensafbakening. Het raakt aan soevereiniteit, veiligheid, milieubescherming en de sociaal-economische positie van duizenden Marron- en Inheemse bewoners.
Historisch vraagstuk eindelijk richting oplossing
Parmessar herinnerde eraan dat het grensvraagstuk teruggaat tot de 17e eeuw en dat ondanks de arbitrale uitspraak van 1891 en het Verdrag van Parijs uit 1915 delen van de grens decennialang onduidelijk bleven. Vooral de zuidelijke driehoek bij de samenloop van de Lawa, Litani en Marowini is nog onderwerp van overleg.
Het nieuwe protocol bouwt voort op het verdrag van 1915 en moderniseert de afspraken. Frankrijk dringt aan op Surinaamse ratificatie, zodat verdere onderhandelingen over het resterende grensdeel kunnen worden hervat.
Grensbeheer, veiligheid en River Council
Naast de grenslijn introduceert het protocol een Gezamenlijke Verklaring waarmee Suriname en Frankrijk via een River Council samenwerken op het gebied van rivierbeheer, veiligheid, milieu, grensverkeer en sociaaleconomische ontwikkeling.
In deze River Council zijn vier werkgroepen actief: veiligheid, milieu, riviermanagement en sociale sector. Tijdens consultaties spraken traditionele autoriteiten de wens uit om zelf deel te nemen aan dit orgaan.
Inbreng lokale gemeenschappen
Parmessar benadrukte uitgebreid het belang van de leefwereld van Marrons en Inheemsen, die de rivier al eeuwen als één gemeenschappelijk gebied gebruiken. Vrij verkeer over de rivier moet gegarandeerd blijven.
Verschillende dorpen, waaronder Kawenhakan, spraken zich tijdens hoorzittingen positief uit over de nieuwe regeling, omdat deze kan helpen bij het terugdringen van illegale goudwinning en grensoverschrijdende criminaliteit.
Tegelijkertijd maakten bewoners zich zorgen over douanecontroles, de status van eilanden en de mogelijkheid van een grenspas. Volgens Parmessar is het uitgangspunt dat zo’n grenspas uitsluitend bedoeld is voor de lokale bevolking van beide oevers.
Knelpunten in het grensgebied
De commissie constateerde tijdens werkbezoeken dat het Surinaamse staatsgezag in het gebied ernstig is verzwakt. Politie en Defensie kampen met personeelstekorten, gebrekkig materieel en onvoldoende aanwezigheid op strategische posten zoals Stoelmanseiland, Stolkertsijver en Langa Tabiki.
Het ontbreken van onderwijs, gezondheidszorg en economische voorzieningen zorgt ervoor dat vele bewoners noodgedwongen uitwijken naar de Franse zijde, wat volgens Parmessar leidt tot structurele verschuivingen in staatsverbondenheid.
Eisen van traditioneel gezag
De Granman der Aukaners benadrukte tijdens een ontmoeting met de commissie dat de rivier nooit een barrière mag worden. Volgens hem bestaat er historisch geen scheiding tussen de volkeren langs de rivier. Elke beperking van vrije doorvaart zou tot spanningen kunnen leiden.
Aanbevelingen aan de regering
Parmessar wees erop dat ratificatie noodzakelijk is, maar dat deze gepaard moet gaan met concrete investeringen door de staat. De commissie adviseert onder meer:
- structurele versterking van politie en defensie;
- herziening van beleid rond scalians en kwikvervuiling;
- verbetering van onderwijs en gezondheidszorg aan Surinaamse zijde;
- duidelijke afspraken binnen de River Council over bevoegdheden, documentenuitgifte en incidentenbeheer.
“Balans tussen soevereiniteit en leefrealiteit”
Volgens Parmessar vervult het protocol een belangrijke geopolitieke rol, maar moeten de belangen van lokale bewoners daarbij centraal blijven. “Een grens is bedoeld om burgers te beschermen, niet om hen te hinderen,” stelde hij. Een verantwoord besluit vereist daarom een evenwichtige benadering waarbij juridische vastlegging, bestuurlijke capaciteit en sociale continuïteit hand in hand gaan.





