
DNA-lid Ameerani Jarbandhan heeft vragen over de recente verhoging van ATM-tarieven, de trage opening van bankrekeningen en het volgens haar ontbreken van een nationaal beleid voor de ontwikkeling van de digitale economie, gesteld aan president Jennifer Simons.
In haar brief aan het staatshoofd stelt Jarbandhan dat Suriname al jaren spreekt over digitalisering, financiële inclusie en de modernisering van het betalingsverkeer. Volgens haar wijzen de recente ontwikkelingen echter op een beleidsvacuüm dat zowel burgers als ondernemers rechtstreeks raakt.
De parlementariër wijst erop dat commerciële banken de afgelopen jaren aanzienlijke winsten hebben geboekt. Zo behaalde DSB volgens haar een winst van SRD 546,3 miljoen in 2024 en SRD 790 miljoen in 2025. Hakrinbank realiseerde in 2024 een winst van SRD 438 miljoen en had een solvabiliteit van 22,3 procent, terwijl Finabank in datzelfde jaar een winst van SRD 745,9 miljoen noteerde.
Tegen deze achtergrond vindt Jarbandhan het niet te rechtvaardigen dat burgers worden geconfronteerd met hogere ATM-kosten, terwijl zij reeds betalen voor betaalrekeningen, bankpassen en valutarekeningen. Volgens haar staat deze ontwikkeling haaks op het streven naar een digitale economie waarin elektronisch betalen betaalbaar, toegankelijk en efficiënt moet zijn.
Daarnaast vraagt zij aandacht voor de lange doorlooptijd bij het openen van bankrekeningen. Hoewel zij erkent dat anti-witwascontroles noodzakelijk zijn, stelt zij dat een trage dienstverlening de financiële inclusie belemmert en burgers ertoe aanzet vaker contant geld te gebruiken.
Jarbandhan verwijst daarbij naar internationale voorbeelden, zoals het Braziliaanse digitale betalingssysteem PIX, waarmee betalingen binnen enkele seconden kunnen worden uitgevoerd en voor particulieren kosteloos zijn. Volgens haar beschikt Suriname nog niet over een vergelijkbare nationale betaalinfrastructuur.
In haar vragen aan de president wil het DNA-lid onder meer weten of de verhoging van de ATM-tarieven past binnen het nationale digitaliseringsbeleid. Ook vraagt zij welke maatregelen de regering neemt om het openen van bankrekeningen sneller en klantvriendelijker te laten verlopen en welke stappen worden gezet om moderne en betaalbare digitale betalingssystemen in Suriname te introduceren.
Verder vraagt Jarbandhan hoe de regering de maatschappelijke verantwoordelijkheid van banken beoordeelt, gezien hun sterke financiële resultaten en de gevolgen van tariefsverhogingen voor burgers. Tot slot wil zij weten of er een interministeriële strategie bestaat tussen de ministeries van Financiën, Handel en Industrie en de Centrale Bank van Suriname om de ontwikkeling van de digitale economie te versnellen.
Volgens Jarbandhan vereist een moderne digitale economie betaalbare digitale transacties, snelle toegang tot bankrekeningen, een efficiënte betaalinfrastructuur, duidelijk regeringsbeleid en maatschappelijke verantwoordelijkheid van banken. Zij stelt dat hogere ATM-kosten en trage dienstverlening juist het gebruik van contant geld stimuleren, hetgeen volgens haar indruist tegen de gewenste digitalisering van de Surinaamse economie.
De parlementariër verzoekt de president de gestelde vragen conform artikel 86 van het Reglement van Orde van De Nationale Assemblée mondeling of schriftelijk te beantwoorden.





