
Landbouwbeleid moet in de praktijk positieve resultaten opleveren voor boeren, verwerkers, jongeren, vrouwen en andere betrokkenen in de sector. Dat benadrukte Prithvi Jairam, National Project Coordinator van het regionale project Gender-responsive Climate-smart Agriculture and Food Systems in the Caribbean (GCAF), tijdens een beleidsmissie van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) in Suriname.
De missie vond plaats van 5 tot en met 10 oktober en was gericht op het toetsen van zes conceptbeleidsaanbevelingen uit de Suriname Agriculture Policy Review. Het project wordt uitgevoerd in acht Caribische landen, waaronder Suriname, met financiële ondersteuning van de Canadese regering via Global Affairs Canada. In Suriname werd samengewerkt met het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV).
Beleidsmakers en landbouwers wisselen inzichten uit
Op 6 oktober kwamen in Paramaribo vertegenwoordigers van overheidsinstanties, kennis- en onderwijsinstellingen, het bedrijfsleven, jongerenorganisaties en genderdeskundigen bijeen voor een nationale workshop. Tijdens zes werkgroepen bespraken zij de conceptaanbevelingen en brachten zij aanvullende aandachtspunten naar voren.
Daarbij ging het onder meer om toegang tot landbouwgrond en financiering, jongerenparticipatie, landbouwonderwijs, gendergelijkheid, betrouwbare landbouwgegevens en het versterken van waardeketens en bestaande organisaties.
Volgens Jairam is het belangrijk dat het landbouwbeleid aansluit op de dagelijkse praktijk van producenten. “Uiteindelijk moet de boer merken dat het werkt. Als mensen nog steeds vastlopen op grond, financiering of ondersteuning, dan moeten we eerlijk kijken naar wat er nog moet veranderen”, stelde hij.
Aandacht voor beschermde teelt en bijenteelt
Op 9 oktober werd de missie voortgezet in Nickerie. Daar lag de nadruk op beschermde teelt en bijenteelt, de twee prioritaire waardeketens van het GCAF-project in Suriname.
Ongeveer 47 personen namen deel aan de regionale bijeenkomst, onder wie vertegenwoordigers van LVV en andere overheidsinstanties, coöperaties, kassentelers, imkers, studenten en jongeren uit Nickerie, Wageningen en Coronie.
De deelnemers bespraken in vijf groepen de belangrijkste knelpunten binnen de beschermde teelt en bijenteelt. Ook kwamen mogelijke oplossingen en de rol van klimaatslimme landbouw, vrouwen en jongeren aan bod.
Jairam benadrukte dat beleidsmakers naar de districten moeten gaan om te luisteren naar de ervaringen van landbouwers en andere betrokkenen. Volgens hem moet de praktijk in de verschillende districten een belangrijke rol spelen bij het ontwikkelen van landbouwbeleid.
Grond, financiering en vergrijzing blijven uitdagingen
Tijdens de gesprekken kwamen verschillende uitdagingen naar voren. Zo blijft toegang tot grond en financiering voor veel producenten en startende agrariërs een probleem. Ook de vergrijzing binnen de landbouwsector kreeg aandacht.
Deelnemers gaven aan dat jongeren niet alleen gestimuleerd moeten worden om voor de landbouw te kiezen, maar ook daadwerkelijk kansen moeten krijgen om in de sector te starten en zich verder te ontwikkelen. Toegang tot technologie, trainingen, begeleiding, grond en financiering werd daarbij als belangrijk aangemerkt.
Binnen de beschermde teelt werd gepleit voor meer praktische kennismaking met moderne productietechnieken en klimaatslimme technologie. Voor de bijenteelt werd onder meer gesproken over de beschikbaarheid van geschikte gebieden voor bijenhouderij.
Daarnaast werd benadrukt dat landbouwbeleid rekening moet houden met de culturele en sociale verschillen tussen districten en gemeenschappen. De mogelijkheden en positie van vrouwen en jongeren verschillen namelijk per gebied. Een aanpak die in het ene district werkt, levert daarom niet automatisch dezelfde resultaten op in een ander district.
Aanbevelingen worden verder uitgewerkt
De inbreng uit de bijeenkomsten in Paramaribo en Nickerie wordt verwerkt in de verdere uitwerking van de Suriname Agriculture Policy Review en de bijbehorende beleidsaanbevelingen. Ook wordt gekeken naar mogelijke maatregelen voor de ontwikkeling van beschermde teelt en bijenteelt.
Jairam benadrukte dat de betrokkenen uiteindelijk moeten kunnen zien wat er met hun bijdragen is gedaan. De volgende stap is daarom om de verzamelde inzichten om te zetten in concrete opvolging.
Met het GCAF-project wil de FAO bijdragen aan een landbouwsector die beter bestand is tegen klimaatverandering, aansluit op de behoeften van producenten en meer mogelijkheden biedt aan vrouwen en jongeren om duurzaam in de sector te werken.





