
Op de ambassade van de Republiek Suriname in Den Haag heeft een eerste consultatie plaatsgevonden tussen de ambassade en een brede afvaardiging van inheemse organisaties uit de diaspora. Zestien vertegenwoordigers kwamen bijeen om gezamenlijk hun perspectieven, zorgen en voorstellen te delen.
Volgens de organisatie markeert de bijeenkomst een belangrijk moment, omdat de inheemse diaspora zich voor het eerst bewust als collectief presenteerde in gesprek met de ambassade. In plaats van afzonderlijk overleg kozen de organisaties ervoor om met één gezamenlijke stem op te treden, wat door de ambassade als positief werd ontvangen.
Tijdens de gesprekken werd benadrukt dat de focus moet verschuiven van erkenning naar daadwerkelijke implementatie van rechten. De al decennialange strijd voor grondrechten kwam daarbij nadrukkelijk aan bod, met de boodschap dat concrete stappen, wetgeving en handhaving noodzakelijk zijn.
Ook actuele thema’s zoals landrechten, concessies en milieuschade stonden centraal. De impact van mijnbouw en vervuiling werd door de deelnemers als urgent bestempeld, mede vanwege de gevolgen voor volksgezondheid en leefomgeving. Volgens de aanwezigen gaat het daarbij niet alleen om een inheems vraagstuk, maar om een nationaal probleem voor Suriname.
Naast deze kwesties werd ook aandacht besteed aan cultuurbehoud en kennisoverdracht. De diaspora ziet voor zichzelf een belangrijke rol als brug tussen Suriname en Nederland, onder meer op het gebied van taal, tradities en educatie.
De bijeenkomst kende ook een cultureel karakter en werd geopend met een ritueel en het gezamenlijk zingen van het Surinaamse volkslied. De sfeer werd omschreven als open en respectvol, met ruimte voor zowel inhoudelijke discussie als persoonlijke en historische ervaringen.
De ambassade gaf aan dat de consultatie bedoeld was om te luisteren en inzichten te verzamelen. De opgehaalde input zal worden gebundeld en doorgeleid naar Suriname, met als doel te komen tot mogelijke vervolgstappen.
Aan de bijeenkomst namen vertegenwoordigers deel van diverse organisaties, waaronder Stichting Herdenking Slavernijverleden en Global Indigenous, de Nationale Reparatie Commissie Suriname (Nederland), Platform Oorspronkelijke Rechten Suriname en andere sociaal-culturele en maatschappelijke initiatieven. Ook input van niet-aanwezige organisaties werd meegenomen in de gesprekken.
De consultatie wordt gezien als een eerste stap in een breder en doorlopend proces. Vanuit de diaspora is de verwachting uitgesproken dat dit overleg zal leiden tot meer structurele samenwerking, concrete opvolging van besproken thema’s en blijvende betrokkenheid bij relevante beleidsprocessen.
De initiatiefnemers spreken van het begin van een nieuwe fase, waarin de inheemse diaspora zich nadrukkelijker positioneert en inzet op duurzame samenwerking met de Surinaamse autoriteiten.





