
Hofpresident Iwan Rasoelbaks heeft vrijdag bij de opening van het zittingsjaar 2027 van het Hof van Justitie aandacht gevraagd voor de gevolgen van voorgenomen wijzigingen in de rechterlijke macht. Volgens hem blijven verschillende zorgpunten bestaan zolang hierover geen constructief overleg tussen de drie staatsmachten plaatsvindt.
Rasoelbaks benadrukte dat de modernisering en versterking van de rechterlijke macht zorgvuldig en samenhangend moeten worden aangepakt. Het Hof heeft volgens hem de afgelopen jaren, mede in samenwerking met de Hoge Raad der Nederlanden, de Raad voor de Rechtspraak in Nederland en het Caribisch Hof van Justitie, voorstellen ontwikkeld voor de inrichting en aansturing van de rechterlijke organisatie.
De Hofpresident wees onder meer op de mogelijke instelling van een derde rechtsprekende instantie. Volgens hem moeten rechters van deze instantie grondwettelijk voor het leven worden benoemd en minimaal tien jaar ervaring als rechter hebben. Ook zouden benoeming en ontslag volgens hem niet zonder advies of voordracht van de betreffende instantie mogen plaatsvinden.
Verder pleitte Rasoelbaks voor het grondwettelijk verankeren van cassatie in het belang der wet. Ook de invoering van meervoudige rechtspraak in eerste aanleg zou volgens hem in de Grondwet en de organisatiewet moeten worden vastgelegd.
Daarnaast sprak hij zich uit voor een zelfstandige inrichting van het bedrijfsbureau en het Bestuur van de Rechterlijke Macht. Ook de mogelijkheid van meerdere vicepresidenten bij het Hof en meerdere advocaten-generaal bij het Openbaar Ministerie moet volgens hem worden meegenomen in de organisatiewet.
Over het Openbaar Ministerie stelde Rasoelbaks dat de onafhankelijkheid van het vervolgingsinstituut moet worden gewaarborgd. Hij wees daarbij op de benoeming en het ontslag van advocaten-generaal en de positie van de procureur-generaal. Ook de Raad voor het Openbaar Ministerie zou volgens hem grondwettelijk moeten worden verankerd en nader moeten worden uitgewerkt in een organieke wet.
Rasoelbaks waarschuwde dat de verschillende voorstellen zonder goede overgangsbepalingen en zonder onderlinge samenhang tot uitvoeringsproblemen kunnen leiden. Hij stelde dat het Hof concrete voorstellen heeft gedaan voor een samenhangende aanpassing van de regelgeving.
Ondanks de bestaande aandachtspunten zei de Hofpresident dat het Hof zich ook in 2027 zal blijven inzetten voor onafhankelijkheid, onpartijdigheid, integriteit, deskundigheid, professionaliteit, snelheid, toegankelijkheid en vertrouwen in de rechtspraak.





