
De gewezen governor van de Centrale Bank van Suriname, Robert van Trikt, die slechts 10 maanden heeft gefungeerd, heeft een vonnis van 8 jaar tegen zich horen uitspreken. Hem wordt ten laste gelegd overtreding van de Wet op Money Laundering , Overtreding van de Anticorruptiewet, Verduistering en Belangenverstrengeling.
Nimmer geld gestolen of verduisterd
“Feit is, dat er nimmer geld is gestolen en of verduisterd. Er zouden ook volgens de aangevers oneigenlijke contracten zijn gesloten. Maar volgens het rapport Kroll, afkomstig van deskundigen van het Openbaar Ministerie (OM) wordt juist het tegenovergestelde aangetoond”, zegt een ingewijde van de zaak aan SUN. “Heel opmerkelijk in deze case is, dat de regeringscommissaris en de twee toenmalige directeuren die de contracten mede hebben ondertekend, niet vervolgd zijn. Na de aanhouding van de ex-governor op 6 februari 2020 is op 26 februari 2020 een betaling inzake het project Lagarde van 143 miljoen SRD aan de Staat gedaan, geautoriseerd door de regeringscommissaris en twee betreffende directeuren. Deze betaling is verricht nadat de aangifte is gedaan met de bepaling dat dit project buiten de taken van de bank zou liggen en een nadelig contract zou zijn”, wordt uitgelegd. ‘Waarom gebruik je het dan voor overheidsuitgaven?’, luidt de hamvraag hierbij.
In deze case is het volgende duidelijk gebleken: ‘Bij het overtreden van een bankwettelijke bepaling zonder strafbepaling deze toch strafbaar wordt gesteld bij het uitvoeren van betalingen ten behoeve van het volk bij overheidsuitgave. Hierbij wordt ook nog door de rechter bevestigd dat gelden niet ten eigen bate gebruikt zijn, noch dat het een gift of belofte betreft, maar dat de gelden gebruikt zijn voor het betalen van salarissen, pensioenen, uitkeringen, subsidies van alle ambtenaren en DNA-leden en leden van de rechterlijke macht.’
SUN heeft uit de verschillende reacties kunnen opmerken dat vele deskundigen (nationaal en internationaal) grote vraagtekens plaatsen bij dit onrecht. De rechter is anderhalf jaar bezig geweest met (zogenaamde) waarheidsvinding, maar het blijkt dat dit slechts tot doel had het optrekken van een rookgordijn. De samenleving is straal voor de gek gehouden, want bij vonniswijzing blijkt dat alles wat is aangetoond, inclusief het rapport Kroll, contracten en andere rapporten totaal niet in beschouwing zijn genomen. Feit is, dat de internationale rapporten de CBvS positief belichten in 2019. IMF artikel IV-report, OIC, en de CBvS-balansen. ‘Hoe heeft de reputatie van de bank schade geleden?’, vraagt men zich af.
Het is duidelijk voor de samenleving dat er in deze zaak sprake is van kromspraak, machtspraak en domspraak geuit door velen. De kwaliteit van ongefundeerde conclusies en het negeren van kwalitatieve rapportages van internationale en nationale instituten is niet alleen een gedrocht, maar zet duidelijk ook grote vraagtekens bij de onpartijdigheid van de rechtspraak.
Vernietigen en criminaliseren van personen op basis van alleen meningen van derden, zonder enig hard bewijs, is absoluut geen rechtspraak.
Nu ook de CBVS en de accountant aan de hand van de gepubliceerde verslagen bevestigen dat het boekjaar 2019 een positief resultaat zal aantonen en de zekerheden aanwezig zijn waarbij verwezen wordt naar dezelfde Presidentiële resolutie van 1 november 2019, dan is de uitspraak van de rechter op zijn zachtst gezegd zeer tegenstrijdig.
Uitspraak rechter tegenstrijdig met Kroll-rapport
Duidelijk is, dat in deze case geen diefstal of fraude ten laste is gelegd. Deze zaak betreft de anticorruptiewet waarbij de publieke functionaris de CBVS of de Staat benadeelt door wettelijke voorschriften te hebben overtreden bij het aangaan van nadelige contracten. Het rapport Kroll, de internationaal deskundige van het OM stelt duidelijk dat er geen nadelige contractvoorwaarden zijn bedongen en de fees internationaal gebruikelijk zijn. Het is tegen deze achtergrond zeer merkwaardig dat de rechter buiten de deskundige een andere mening is toegedaan.
De rechter maakt duidelijk dat hoewel de contracten marktconform zijn, deze buiten de taken van de Centrale Bank vallen en de ex-governor daarmee de wettelijke bepaling heeft overtreden. Hoewel volgens de verklaringen van alle getuigen de projecten goed zijn, blijft de rechter bij haar standpunt dat de projecten niet noodzakelijk waren. Alhoewel alle contracten marktconform zijn en internationaal gebruikelijke fees zijn afgesproken, vindt de rechter de voorschotten die bedongen zijn te hoog, ten opzichte van de verrichte werkzaamheden. Hierbij wordt gemakshalve door de rechter over het hoofd gezien dat de projecten nog in uitvoering waren, dus niet afgerond en dat de toenmalige minister van Financiën deze vroegtijdig heeft stopgezet!
Het zijn deze constructies die onacceptabel zijn bevonden door de rechter om te voorzien in de overheidsuitgaven, gezien deze 2.8 miljard SRD die de Staat heeft verkregen door panden en royalties te verkopen aan de CBVS middels een Presidentiële Resolutie en een koopovereenkomst tussen de Staat en de CBVS (vorderingsrecht), als ongedekte blanco kredieten worden beschouwd!
De conclusie van de rechter dat Lagarde nadelig is voor de bank en het een blanco krediet betreft, is door de Accountant en de huidige governor bij het publiceren van de onlangs verschenen jaarverslagen meteen weerlegd.
Maar deze rechter concludeert dat het deze transacties zijn die hebben zorg gedragen voor de economische malaise waarin Suriname zich thans bevindt!!! Wederom een economische uitspraak door de rechter zonder rekening te houden met andere factoren van het regeringsbeleid gedurende de afgelopen 14 jaar.
‘Duidelijk een politieke zaak’
Het moment vanaf de aanhouding van Van Trikt die op inhumane en oneigenlijke wijze heeft plaatsgevonden, het proces van ‘waarheidsvinding’, het natraject, de positieve rapporten die zijn uitgebracht, maar desondanks niet door het OM worden meegenomen bij de vonniswijzing, leiden ons maar tot een conclusie: ‘Duidelijk een politieke zaak!’ Feit is dat de gewezen governor vaker ‘vergruisd’ is in het hoogste college van Staat, door coalitieleden. Tot recent, na zijn vonniswijzing was er hiervan nog sprake. Parlementariërs van, in het bijzonder de Vooruitstrevende Hervorming Partij, schromen er niet voor de gewezen governor te ‘criminaliseren’ als zou hij gelden hebben gestolen en of verduisterd. Het is de vraag of zij misschien financieel zo deskundig zijn dat zij in staat zijn om hiervoor enig bewijs te leveren.
Er is hoger beroep aangetekend, dat houdt in dat het hele proces opnieuw begint. De gewezen governor heeft weer de status van verdachte. Hoger beroep is conform internationaal verdrag nog steeds onschuldig tot bewezen schuld.
Asha Bhagwat





