
De Bond Personeel MINOWC (BPMO) heeft zich solidair verklaard met het landelijk beraad dat door de onderwijsgevende bonden is afgekondigd. In een schrijven aan minister Dirk Currie laat de bond weten de zorgen van de leerkrachten te delen over het uitblijven van de uitvoering van gemaakte afspraken.
De bij de Federatie van Organisaties van Leerkrachten in Suriname (FOLS) aangesloten onderwijsbonden riepen hun leden per 1 juni 2026 op om in beraad te gaan. Volgens de BPMO is de situatie ernstig en is er sprake van een aanhoudende niet-nakoming van afspraken door de overheid.
De bond wijst op de financiële achterstanden waarmee veel onderwijswerkers te maken hebben. Daarbij worden onder meer onbetaalde zon- en feestdagen, achterstallige gratificaties, onjuiste inschalingen en andere rechtspositionele aanspraken genoemd. Voor sommige werknemers zouden deze problemen al sinds 2020 spelen. “De voortdurende financiële achterstelling is volstrekt onacceptabel”, stelt de BPMO in haar brief aan de minister.
Daarnaast benadrukt de bond dat eerder gemaakte tussentijdse afspraken onverkort moeten worden nageleefd. Het gaat daarbij onder meer om de afspraak dat gedurende vijf van de zes werkdagen wordt gereden en dat controleurs om de week op vrijdag op kantoor verschijnen. Indien deze afspraken niet worden nagekomen, waarschuwt de BPMO dat ook zij zich genoodzaakt zal zien om in beraad te gaan.
De bond doet een dringend beroep op minister Currie om zijn verantwoordelijkheid te nemen en samen met alle betrokken partijen te werken aan een spoedige en duurzame oplossing voor de ontstane situatie. Volgens de BPMO blijft de bond openstaan voor constructief overleg, maar is de grens van het aanvaardbare inmiddels bereikt.





