
Veel mensen ervaren dat de koopkracht van de pensioen- en AOV-uitkeringen onder druk staat. Hoewel de uitkeringen in de loop der jaren zijn verhoogd, kunnen de bedragen nog steeds als onvoldoende worden ervaren om in de dagelijkse levensbehoeften te voorzien.
AOV (Algemene Oudedagsvoorziening)
Dit is de basisuitkering voor 60-plussers in Suriname. Van werknemers wordt er maandelijks een AOV-premie ingehouden. Echter, ook de mensen die geen premie betalen, komen in aanmerking voor AOV. In het verleden zijn er verschillende verhogingen doorgevoerd, van bijvoorbeeld SRD 525 in januari 2020 naar SRD 750 in november 2020, SRD 1000 in juni 2021 en SRD 1250 per maart 2022.
Op dit moment bedraagt de AOV SRD 2250. Daarnaast ontvangen sommigen een KKV (koopkrachtversterking) van SRD 1800. Deze 2 bedragen opgeteld moeten onze ouderen rondkomen met een bedrag van SRD 4.050 per maand.
Pensioen
Het pensioen heeft niet iedereen opgebouwd. Helaas stelt dat ook niet zoveel voor. De hoogte van een aanvullend pensioen van het Pensioenfonds Suriname is afhankelijk van factoren zoals het aantal dienstjaren en het laatstverdiende salaris. Er zijn wel inspanningen geleverd om het minimum pensioen te verhogen. Zo werd in 2023 een verhoging van de minimum pensioenuitkering van SRD 300 naar SRD 1.350 per maand aangekondigd, van toepassing op reeds ingegane pensioenen vóór 1 januari 2023. Ook zijn er aanpassingen geweest in de pensioenen van ambtenaren (herwaardering) in 2024 en 2025. Echter, gezien de huidige economische situatie en inflatie in Suriname is ook dit bedrag achterhaald.
Kosten levensonderhoud hoog
In gesprek met meneer Andre die graag anoniem blijft, vertelt hij hoe moeilijk het is om iedere maand weer rond te komen. “Ouder worden onder deze omstandigheden is niet prettig”, zegt hij. “Elke dag moet ik mij zorgen maken en ik weet dat ik niet de enige ben. De kosten van levensonderhoud zijn hoog. Elektriciteit, water, levensmiddelen worden steeds duurder, maar het inkomen wordt niet opgetrokken. En als dat gebeurt is het met een paar procentjes, niet in verhouding met alle verhogingen om een normaal leven te leiden.”
“Jaar in jaar uit zeggen regeringen dat het volk centraal staat. Dat blijft slechts bij woorden. Veel geld hoef ik niet, maar geef mij wat mij toekomt, want ik heb ook hard gewerkt voor mijn land. Waarom kan het salaris van de mensen in de regering zodanig worden opgetrokken dat ze zwemmen in luxe en ik steeds verder wegzak en onder de armoedegrens moet leven?”, vraagt Andre zich af.
“Jonge mensen kiezen ervoor om extra te werken en hebben twee tot zelfs vier banen om hun kosten te dekken en wat over te houden voor zichzelf om iets leuks te doen. Helaas kan ik dit op mijn leeftijd niet meer en dat zou ook niet zo moeten zijn. Ik hoop dat onze regering, nu na 50 jaar onafhankelijkheid, daadwerkelijk aan het volk denkt in plaats van steeds aan zichzelf”, aldus meneer Andre, die zijn moeilijke situatie en zorgen uitte betreft het lage inkomen waarmee hij maandelijks moet rondkomen.





