
Het Caribbean Court of Justice (CCJ) heeft op woensdag 29 juli 2026 het hoger beroep van de Guyanese oppositieleider Azruddin Mohamed en zijn vader, Nazar Mohamed, verworpen. Daarmee is de weg vrijgemaakt voor de voortzetting van de uitleveringsprocedure tegen beiden.
De Verenigde Staten hadden Guyana in oktober 2025 verzocht om de twee mannen uit te leveren. In het kader van dat verzoek werd in Guyana een zogenoemde Authority to Proceed (ATP) afgegeven, waarmee de gerechtelijke uitleveringsprocedure officieel in gang werd gezet.
Mohamed en zijn vader vochten de geldigheid van deze ATP aan. Volgens hen was de beslissing mogelijk beïnvloed door politieke vooringenomenheid van regeringsfunctionarissen. Eerder werden hun bezwaren al afgewezen door zowel het High Court als het Court of Appeal van Guyana.
Ook het CCJ oordeelde nu dat de aangevoerde bezwaren onvoldoende zijn om de ATP ongeldig te verklaren. Volgens het Hof is een ATP slechts een eerste administratieve stap binnen een uitleveringsprocedure en vormt deze op zichzelf geen definitieve beslissing over uitlevering.
Een deel van de rechters merkte wel op dat er mogelijk sprake was van een schijn van vooringenomenheid bij de procureur-generaal. Volgens het Hof heeft dit echter geen invloed gehad op het besluit van de minister, waardoor de ATP rechtsgeldig blijft.
Met de uitspraak heeft het CCJ tevens de eerder opgelegde tijdelijke opschorting van de uitleveringsprocedure opgeheven. Hierdoor kan de procedure tegen Azruddin Mohamed en zijn vader worden hervat.
Hoewel het CCJ unaniem toestemming verleende om het hoger beroep te behandelen, werd het beroep inhoudelijk eveneens unaniem verworpen.





