
INGEZONDEN - Keti Koti is een dag van vrijheid, maar het is ook een dag van bezinning. Op 1 juli herdenken wij dat Nederland de slavernij beëindigde in ons land. Toch mogen wij onszelf één belangrijke vraag stellen: betekende 1 juli werkelijk vrijheid voor het Surinaamse volk, of veranderde de onderdrukking vooral van gezicht? Volgens PALU verdient juist die vraag een centrale plaats tijdens de nationale viering van Keti Koti.
Inheemse slavernij
Onlangs werd bij de officiële herdenking bij het Kwaku plein vrijwel volledig de nadruk gelegd op de afschaffing van de trans-Atlantische slavernij. Daarmee wordt een belangrijk deel van onze gezamenlijke geschiedenis onderbelicht. Ook de inheemse bevolking leefde onder Nederlandse onderdrukking en is formeel op 1 juli ook daar een eind aan gekomen. De inheemse leiders Priary en Kaaikusie leidden al in 1678 een grote opstand tegen de koloniale overheersing. Hun strijd behoort net zo goed tot de vele verhalen van de vrijheid die wij op 1 juli herdenken.
Nieuwe slavernij
Maar de belangrijkste les van Keti Koti ligt misschien wel ná 1863. De ketenen verdwenen, maar de machtsverhoudingen veranderden veel minder dan wij vaak denken. De slavernij maakte plaats voor nieuwe vormen van onderdrukking. Niet langer stonden zwepen centraal. De kolonisator liet de vrije slaven eerst 10 jaren doorwerken. Ze haalden vervolgens Javaanse en Hindostaanse contractarbeiders als de nieuwe slaven binnen en zette daarna in op economische afhankelijkheid, politieke beïnvloeding en verdeel-en-heers.
Verdeel en heers
Juist die verdeel-en-heers is als een rode draad door onze geschiedenis blijven lopen. Verdeel de bevolking in groepen, laat iedere groep vooral naar zijn eigen geschiedenis kijken en voorkom dat mensen gezamenlijk opkomen voor hun gemeenschappelijke belangen. Dat mechanisme werd tijdens de gehele koloniale periode toegepast en heeft in de loop van de tijd vele nieuwe gezichten gekregen. Verdeel en heers zien wij vandaag terug wanneer bevolkingsgroepen om wat voor een reden dan ook tegenover elkaar worden geplaatst. Wanneer de ene groep wel aandacht krijgt en die van een andere nauwelijks. Zoals in discussies aangejaagd door de voormalige kolonisator over excuses, herstelbetalingen of een gedeeld verleden die vooral leiden tot nieuwe tegenstellingen, in plaats van tot nationale eenheid.
Nationale dag
Daarom pleit de PALU voor een bredere invulling van Keti Koti. Niet als een herdenking van één bevolkingsgroep, maar als een nationale dag waarop alle Surinamers stilstaan bij de verschillende vormen van onderdrukking die ons land heeft gekend én nog steeds kent. Een dag waarop wij vooral beseffen dat vrijheid alleen behouden blijft wanneer het volk één front vormt.
Eenheid in strijd
De PALU roept de regering, maatschappelijke organisaties en de Nationale Commissie Herdenking 1 juli op, om Keti Koti uit te laten groeien tot een dag van nationale bewustwording. Niet alleen een herdenking van en bezinning op het verleden, maar ook een gezamenlijke les voor de toekomst: Vrijheid begint niet bij het verbreken van ketenen. Vrijheid begint wanneer een volk leert herkennen de politiek van verdeel-en-heers en dat slechts in eenheid de strijd tegen onderdrukking en uitbuiting kan worden gewonnen.
Progressieve Arbeiders en Landbouwers Unie (PALU)





