
VES NAWOORD - Het jaar 2025 kan getypeerd worden als het jaar met diverse veranderingen. Ten eerste kan de Surinaamse bevolking trots zijn dat we collectief weer bewezen hebben eerlijke algemene en geheime verkiezingen te organiseren. Op wat “onvolkomenheden” na is het proces en de machtsoverdracht vlot verlopen. Suriname heeft een nieuwe regering gekregen en dat biedt de mogelijkheden om zaken anders te doen, hopelijk beter. De samenleving verdient beter!
Armoedestress
De armoede is zoals de afgelopen jaren weer toegenomen. De overheidsuitgaven voor en na de verkiezingen eisen na maanden hun tol, en dit is merkbaar in de samenleving. Stijgende prijzen van de eerste levensbehoeften maken dat de burgers meer moeten besteden aan hun levensonderhoud. De regering heeft na ongeveer 6 maanden weinig gedaan om de armoedestress bij de burgers te verminderen, zelfs bij sociaalzwakkeren is er weinig verbetering opgetreden.
Het IMF had onder het EFF-programma al meerdere keren kritisch aangegeven dat het sociaal programma achterbleef. De huidige coalitiepartijen wisten lang voor de verkiezingen dat dit een heet hangijzer is dat schreeuwt om een oplossing. Helaas heeft het er veel van dat zij zich hierop niet hebben voorbereid.
Tot nu hebben we de minister van Sociale Zaken alleen gehoord over de corruptiegevallen met het uitbetalen van de sociale fondsen en Moni Karta. De oud-president had enkele weken voor de verkiezingen publiekelijk aangegeven dat ambtenaren bij het Moni Karta-project fraude hadden gepleegd en dat er personen waren die meerdere bedragen ontvingen. Helaas is niemand vervolgd en zijn alle beleidsmakers gebleven op hun posten.
Na 25 mei is de hoop gericht op “Kenki a systeem” en “A nyun passie”. De minister van Sociale Zaken heeft meermalen publiekelijk aangegeven over het wanbeleid van haar voorgangers, misbruik van de fondsen die bedoeld zijn voor de sociaal-zwakkeren en de vervuilde databestanden waarmee de nieuwe regering moet werken. Inzake het misbruiken van de fondsen is niet gebleken dat er consequenties zijn zoals ontheffingen of dat er politieke kopstukken de laan zijn uitgestuurd.
Integendeel is het verbazingwekkend dat de voorganger van de huidige minister haar coalitiegenoot is in DNA, en diens voorganger is haar collega in de ministerraad, nu minister van Defensie en diens voorganger is ook een collega, de huidige minister van Volksgezondheid, Welzijn en Arbeid. Niemand is ter verantwoording geroepen en op z’n minst gevraagd “over het beleid van Sociale Zaken toen zij de minister waren”. Het is jammer dat de samenleving steeds wordt opgezadeld met “mooie en zoete verhalen”, maar dat niemand ter verantwoording wordt geroepen, en de sociaal zwakkeren verder worden geconfronteerd met een toenemende armoede en armoedestress.
VES INZICHT #66





