
President Jennifer Geerlings-Simons benadrukt dat de wet duidelijkheid biedt over de ontstane situatie bij de Telecommunicatie Autoriteit Suriname (TAS). Volgens het staatshoofd is de zittingstermijn van directeur Wendy Jap-A-Joe op 20 oktober 2026 verstreken. Zij stelt dat de verdere afhandeling van de kwestie volgens de geldende wet- en regelgeving moet plaatsvinden.
De president ging woensdag 21 oktober in een verklaring in op het conflict tussen de directeur en de Raad van Commissarissen (RvC). Volgens haar is de kwestie de afgelopen periode meerdere keren op haar kabinet met de betrokken partijen besproken om tot een oplossing te komen.
De RvC heeft aangegeven een onderzoek te willen instellen. Ook Jap-A-Joe zou volgens de president herhaaldelijk hebben aangegeven daar geen bezwaar tegen te hebben. Toch is het onderzoek tot dusver niet uitgevoerd.
Wet bepaalt procedure bij benoeming en ontslag
President Simons verwees naar de Wet Telecommunicatievoorzieningen, waarin de benoeming, schorsing en het ontslag van de TAS-directeur zijn geregeld. De directeur wordt op voordracht van de minister, na goedkeuring door de Raad van Ministers (RvM), door de president benoemd. De benoeming geldt voor een periode van vijf jaar. “Als we deze zaken bekijken, dan zien we dat de wet ons zegt dat de termijn van de huidige directeur is verstreken. Dat is wat wij uit de wet halen”, verklaarde het staatshoofd.
Volgens Simons bepaalt de wet ook dat de RvC het bestuur tijdelijk overneemt wanneer er geen directeur en geen onderdirecteuren zijn. Daarmee reageerde zij op het bezoek dat de RvC aan het kantoor van de directeur heeft gebracht.
President ontkent akkoord over aanblijven directeur
De president weersprak berichten dat er in overleg met haar zou zijn besloten dat Jap-A-Joe na het verstrijken van haar benoemingstermijn mocht aanblijven. “Laat het duidelijk zijn dat de huidige president dat nooit heeft gezegd”, benadrukte Simons. Zij stelde dat zij zich aan de wet houdt en geen besluiten neemt die daarmee in strijd zijn.
Wel heeft zij volgens eigen zeggen duidelijk gemaakt dat er eerst een onderzoek moet plaatsvinden. De RvC en de minister hebben haar hierover persoonlijk bezocht. “Ik heb dus heel duidelijk aangegeven dat ik van niemand een resolutie zal ondertekenen zolang het onderzoek niet is gebeurd. Dat is de eis die ik stel aan het tekenen van een resolutie voor een volgende directeur, wie dat dan verder ook mag zijn”, aldus de president.
Kort geding moet duidelijkheid brengen
Simons benadrukte dat de gesprekken op haar kabinet niet gingen over personen, maar over de wet- en regelgeving die nodig is om overheidsinstituten goed te laten functioneren. Volgens haar bestond er geen overeenkomst over het aanhoren van de directeur.
De president heeft inmiddels vernomen dat de RvC een kort geding heeft aangespannen om de overdracht te bewerkstelligen. De regering wacht de uitspraak af. “Wij kunnen niets anders doen dan daarop wachten en laten we hopen dat die uitspraak snel komt, zodat zaken kunnen worden genormaliseerd”, zei Simons tot slot. (CDS)





