
Tijdens de opening van het collegejaar 2026-2027 van het FHR in de Grote Stadskerk, is aandacht gevraagd voor de voorbereiding van Suriname op de ontwikkelingen die de olie- en gasindustrie met zich meebrengt. Minister van Olie, Gas en Milieu (OGM), Patrick Brunings, benadrukte daarbij de rol van jongeren en professionals.
Jongeren moeten hun plek vinden
Brunings verwees naar de ontwikkelingen in buurland Guyana en riep studenten op om na te denken over hun eigen bijdrage aan de toekomst van Suriname. “Het is een hele belangrijke rol voor jullie om inderdaad ook het spel te spelen. Suriname 3.0 heeft mensen, sterke mensen nodig. En wat we willen, is niet wat er gebeurt in Guyana, waar er meer mensen vertrekken dan binnenkomen. Er zijn steeds minder Guyanezen. Er zijn opportunities die heel dichtbij zijn. We zijn bezig met de inrichting en jullie moeten ook jullie plek vinden in het geheel. Maar er is zeker hoop en we willen straks ook die discussie met jullie delen en alle plannen met jullie delen.”
Brunings gaf de studenten daarnaast een opdracht om na te denken over hun eigen toekomstbeeld. “Dit gaan we allemaal delen met de gemeenschap, omdat jullie straks gaan moeten overnemen. De regering, maar ook de gemeenschap, moet willen gaan naar het ideale Suriname. En ik hoop echt dat jullie een belangrijke rol hierin gaan spelen. Dus graag de exercitie, huiswerk: wat is jullie Suriname 3.0, hoe zien jullie het? En wat is een 3.0-versie van jullie? Geef het tijd, omdat Suriname jullie ontzettend nodig heeft.”
Olie-inkomsten en groene rijkdom
Charlene Soentik van het Bureau voor de Staatsschuld benadrukte dat Suriname naast de toekomstige olie- en gasinkomsten ook moet kijken naar de economische waarde van zijn natuurlijke rijkdommen. “Olie en gas raakt wel op, maar onze bossen en biodiversiteit zijn een hernieuwbare rijkdom. Door bosbehoud om te zetten in verhandelbare carbon credits creëren we dus een stabiele groene inkomstenstroom die blijft bestaan lang nadat de olieproductie is afgebouwd.”
Volgens Soentjik ligt hier een koppeling tussen de ontwikkeling van de olie- en gassector en het beheer van de natuurlijke hulpbronnen. “De combinatie die hierin zit, is dat in Suriname 3.0 de minerale inkomsten en groene koolstofcredits elkaar versterken. We gebruiken dus de opbrengsten uit olie en gas om ons bosbeheer, ons milieubeheer en onze klimaatadaptatie te verbeteren, waardoor de waarde van onze carbon credits juist stijgt op de internationale markt. Hier komen financieel beheer en milieubeheer samen.”
Sterke instituties en deskundige professionals
Soentik wees daarnaast op het belang van kennis over onder meer ESG-normen, green finance, koolstofboekhouding en duurzaam projectmanagement. “Shell alleen creëert geen duurzame ontwikkeling. Daarvoor hebben we sterke organisaties, een goed functionerende overheid en professionele bedrijven nodig.”
Ze waarschuwde daarnaast voor de gevolgen wanneer grote hoeveelheden geld sneller in de economie terechtkomen dan het land kan verwerken. “Als we miljarden dollars sneller in onze economie pompen dan ons opnamevermogen dat toelaat, oogsten we dus geen vooruitgang, maar het zal leiden tot prijsstijgingen, inefficiëntie en verspilling.”
Volgens Soentik moeten de opbrengsten onder meer worden ingezet voor onderwijs, wetenschappelijk onderzoek, gezondheidszorg, infrastructuur, hernieuwbare energie en de versterking van de agrarische sector.
Rol van FHR
Ook de financiële positie van staatsbedrijven kwam aan bod. Soentik stelde dat meer inzicht nodig is in de schulden van staatsbedrijven, omdat deze uiteindelijk een verplichting voor de staat kunnen vormen.
Ze koppelde dit aan de rol van FHR en de opleidingen die daar worden aangeboden. “Wie gaat de overheidsbedrijven herstructureren? Wie gaat de investeringsprojecten leiden? Wie gaat toezien op het naleven van de risicomodellen en ethische standaarden? Dat bent u.”
Volgens Soentik ligt hier een belangrijke taak voor de studenten en toekomstige professionals. “Zonder goed opgeleide managers, eerlijke bestuurders en deskundige bedrijfskundigen blijven wetten en plannen alleen maar op papier. De regering gaat ons dus de nationale richting geven en nieuwe wetten bieden het kompas. Maar het FHR-instituut levert de leiders die Suriname, vele van Suriname 3.0, moeten sturen.”
In de transformatie van Suriname moeten volgens haar tijdelijke inkomsten uit olie en gas worden gebruikt om blijvende waarde op te bouwen. Daarbij staan goed financieel beheer, duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen, klimaatrisico’s en transparant bestuur centraal.





