
De laboratoriumanalyses van de samples van het water in de Saramaccarivier en de dode vissen duren heel lang, omdat er in Suriname geen mogelijkheden zijn om deze te onderzoeken. “We hebben de samples naar Frans-Guyana gestuurd, maar na twee weken bleek ook daar geen adequate diepgang te zijn in de onderzoeken. Vervolgens zijn de samples verscheept naar Frankrijk, waar wel diepgaande analyses gemaakt kunnen worden. Dat proces is nu gaande”, zei Patrick Brunings, minister van Olie, Gas en Milieu (OGM), zojuist in De Nationale Assemblee (DNA). Hij werd met spoed ontboden door de DNA, die terstond informatie wilde hebben over de massale vissterfte in de Saramaccarivier.
Brunings, die op dat moment in een bespreking was met het traditioneel gezag over ditzelfde onderwerp, onderbrak die meeting en toog meteen naar de DNA. Daar ging hij diepgaand in op de kwestie. Verschillende DNA-leden vroegen zich af waarom deze communicatie met het parlement niet eerder kon plaatsvinden, maar na aandringen wel kon. De parlementariërs wilden meer weten over deze zaak, vooral wie hiervoor verantwoordelijk is. Dat brononderzoek is nog gaande.
Minister Brunings gaf aan dat de eerste melding van dode vissen kwam uit het dorp Tottikamp aan de Saramaccarivier. Meteen werd de Nationale Milieu Autoriteit (NMA) ingeschakeld, die samples nam van het water en dode vissen. “Er werden verschillende laboratoria in Suriname benaderd, maar die bleken niet uitgerust te zijn om deze analyses te doen. Het doel was om de veiligheid van de mensen te garanderen. Er werd gecommuniceerd met het traditioneel gezag en verzocht werd het water en de vissen uit de rivier niet te gebruiken voor consumptie, totdat er data was om te analyseren wat er aan de hand was.”
Intussen werden ook de ministeries van LVV, RO, NH en JusPol ingeschakeld, omdat de zaak ook raakvlakken met hen had. “OGM coördineert de zaak in de luwte, omdat Suriname nog geen milieurampenplan heeft. We zijn wel bezig om aan een plan te werken. Los van de veiligheid van de gemeenschappen zijn er ook voedselpakketten aan hen verstrekt. Hiermee is de NCCR belast.” Brunings zei dat de voedselpakketten en het water niet voldoende zijn, waardoor weer problemen ontstonden bij de verdeling.
OGM probeert alle mogelijkheden te bekijken om de bronoorzaak te achterhalen. “Er zijn tientallen tips binnengekomen. Van zijin tot nekoe, dynamiet enzovoort. Alles wordt nog onderzocht. Om de samples te laten onderzoeken heeft PAHO financiële assistentie verleend, en het ministerie van VWA kwam met logistiek.” Volgens minister Brunings is ook de Environmental Crime Unit (ECU) bezig met een milieuforensisch onderzoek. “Op één locatie na is het ECU-onderzoek al in de afrondende fase. Samen met de samples uit Frankrijk kan dan een geheel onderzoeksrapport worden opgesteld. Dan kan je de bronoorzaak ook vaststellen en bepalen wie de veroorzaker is.”





