
De kleinschalige goudwinning in Suriname, de Amazone en andere regio's veroorzaakt ernstige en wijdverbreide milieuproblemen, waarvan het gebruik van kwik de meest giftige en persistente bedreiging vormt. Kwik wordt gebruikt vanwege zijn vermogen om gemakkelijk een verbinding te vormen met goud, wat het scheidingsproces versnelt.
Hoewel de import van kwik al sinds 2006 officieel verboden is, komt de stof via smokkelwegen (voornamelijk uit buurlanden zoals Guyana en Brazilië) nog steeds het land binnen. De illegale goudsector is moeilijk te reguleren, wat de handhaving van kwikbeperkingen bemoeilijkt.
Goudzoekers verhitten het kwik-goudamalgaam, vaak in de open lucht, om het kwik te verdampen en puur goud over te houden. Deze kwikdampen komen vrij in de atmosfeer, slaan via de wind en regen neer, en vervuilen de bodem en het water. Kwik in het water wordt door micro-organismen omgezet in methylkwik, een uiterst giftige organische vorm. Methylkwik wordt vervolgens opgenomen door aquatische organismen. Via de voedselketen hoopt het zich op (bioaccumulatie), vooral in roofvissen.
Mensen die deze vis eten, vooral de lokale en inheemse gemeenschappen die sterk afhankelijk zijn van vis als eiwitbron, lopen het risico op chronische kwikvergiftiging. Dit kan leiden tot neurologische schade (tremoren, verlies van coördinatie), nierproblemen en verstoring van de hersenontwikkeling bij ongeboren en jonge kinderen (bekend als het Minamata-syndroom).
Suriname is partij bij het Minamataverdrag inzake Kwik, dat tot doel heeft de menselijke gezondheid en het milieu te beschermen tegen de antropogene emissies en lozingen van kwik. Dit verdrag verplicht landen om het kwikgebruik in de goudsector geleidelijk te verminderen en uiteindelijk uit te bannen.
De goudwinning vereist het verwijderen van grote delen van de natuur om toegang te krijgen tot de goudhoudende bodem of rivierbedding. Kleinschalige mijnbouw is een van de grootste veroorzakers van ontbossing in het binnenland van Suriname. Bossen moeten worden gekapt om plaats te maken voor kampen, wegen en de graafwerkzaamheden zelf. Dit vernietigt leefgebieden van flora en fauna, verstoort de biodiversiteit, wat bijdraagt aan klimaatverandering.
Door het gebruik van zwaar materieel (zoals excavators en skalians) worden grote hoeveelheden aarde, modder en sediment uit de rivieren en oevers losgewoeld. Dit leidt tot bodemerosie en een hoge mate van troebelheid in het water. De sedimentatie verstikt de rivierecosystemen, beïnvloedt de lichtinval en maakt het voor vissen moeilijk om te overleven of te navigeren.
Naast kwik wordt het water ook vervuild door andere stoffen en afvalproducten. Brandstoffen (diesel, olie), smeermiddelen en chemische restanten van het winningsproces komen in het water terecht. De winning verlegt de loop van rivieren, creëert diepe putten in het landschap en verandert de hydrologie van het gebied, wat de waterkwaliteit en -beschikbaarheid voor stroomafwaarts gelegen gemeenschappen negatief beïnvloedt. WWF-Guianas (World Wide Fund for Nature), Stichting ProBioS onder leiding van de heer Erlan Sleur, Inheemse en Marronvertegenwoordigers (o.a. Jupta Itoewaki) en de Groene NGO's Alliantie zijn organisaties van milieuactivisten die hun aandacht vooral richten op de problemen veroorzaakt door de goud- en bauxietwinning.
Milieuactivisme in Suriname wordt door henzelf vaak omschreven als een uitdagende en risicovolle bezigheid vanwege de grote economische belangen en de invloed van de sector op de politiek.





