
Minister Dirk Currie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (OWC) stelt voor om de vraagstukken rond het schoolbroodproject voor te leggen aan de president. Volgens de bewindsman is het project een maatschappelijk vraagstuk dat verschillende ministeries raakt, maar waarbij het uitgangspunt helder moet zijn: elk kind heeft recht op ondersteuning.
Currie benadrukt dat het ministerie van OWC de discussie niet wil domineren. “De werkgroep die het project ondersteunt, ressorteert onder een ander ministerie en daar wil ik niet in interveniëren,” stelt hij. Wel onderstreept hij het belang van gelijke kansen binnen het onderwijs. “Het vertrekpunt moet zijn: we mogen niemand achterlaten als het gaat om educatie.”
Hoewel broodvoorziening formeel geen directe verantwoordelijkheid is van het ministerie van Onderwijs, erkent Currie dat het een grote invloed heeft op het leerproces. “Kinderen die zonder eten naar school gaan, kunnen zich moeilijk concentreren. Dat heeft direct effect op hun schoolprestaties,” aldus de minister.
Volgens Currie is het van groot belang dat alle kinderen die daarvoor in aanmerking komen, uiteindelijk worden voorzien van een broodmaaltijd. “Wat ik begrepen heb, is dat momenteel nog niet de volledige groep in de stad wordt bereikt, en zeker ook niet het binnenland. Maar de focus moet zijn: alle kinderen.”
Het eerdere schoolbroodprogramma viel ook niet onder het ministerie van Onderwijs, maar werd uitgevoerd onder het kabinet van de president. De vraag onder welk ministerie het huidige project het beste kan worden ondergebracht, Onderwijs, Jeugdontwikkeling en Sport, of Sociale Zaken, blijft onderwerp van discussie.
Currie ziet het vooral als een maatschappelijk vraagstuk dat gezamenlijke verantwoordelijkheid vraagt. “Wij zijn erbij betrokken omdat wij de beste identificatie hebben van welke kinderen ondersteuning nodig hebben. Leerkrachten zijn immers het beste in staat om vast te stellen welke leerlingen zonder eten naar school komen,” zegt hij. Tegelijkertijd benadrukt hij dat OWC niet de eindverantwoordelijkheid draagt.





