
Tijdens de informatie- en dialoogavond over het conceptdocument Suriname Local Content Beleid stelde voorzitter Nicole Deira van de Associatie van Surinaamse Fabrikanten (ASFA) dat de visie van de private sector grotendeels overeenkomt met het beleidsdocument van Staatsolie. Volgens haar streven beide partijen uiteindelijk dezelfde doelen na: maximale waardecreatie voor Suriname, versterking van lokale bedrijven en duurzame economische ontwikkeling.
"We kijken allemaal naar maximale waardecreatie voor Suriname. We kijken allemaal naar versterking van onze Surinaamse bedrijven. We kijken allemaal naar duurzame economische ontwikkeling, ontwikkeling van ons menselijk kapitaal en internationale concurrentiekracht. Ik denk dat er over de basis geen discussie bestaat." Volgens Deira ligt de uitdaging niet zozeer in de doelstellingen, maar in de wijze waarop deze in de praktijk moeten worden gerealiseerd.
Meer discussie nodig over uitvoering en governance
Deira gaf aan dat de private sector graag verder wil praten over de praktische invulling van het beleid. Daarbij noemde zij onder meer de inrichting van de Local Content Unit, de onafhankelijkheid van het instituut, transparantie, bezwaarprocedures en de publicatie van gegevens als onderwerpen die verdere uitwerking verdienen.
"Wat we vandaag wel vragen is om te kijken naar hoe wij dat doel bereiken. Ik denk dat daarin nuances zijn en juist die nuances brengen praktische uitdagingen met zich mee voor de private sector."
Volgens haar zullen deze onderwerpen in kleiner verband verder worden besproken, waarna gezamenlijke voorstellen opnieuw aan de bredere groep zullen worden voorgelegd.
Discussie over definitie van Surinaams bedrijf
Een belangrijk aandachtspunt is volgens Deira de definitie van een Surinaams bedrijf in het conceptbeleid. Zij legde uit dat ondernemingen worden beoordeeld aan de hand van verschillende criteria, waaronder de inzet van Surinaams personeel, management, winstherinvestering en economische waardecreatie.
Volgens haar kan een buitenlands bedrijf op basis van die criteria eveneens als Surinaams bedrijf worden aangemerkt, wat volgens de private sector aanleiding geeft tot verdere discussie.
"We willen bedrijven waarderen voor de economische waarde die zij creëren voor Suriname. Maar de vraag is of we hen daarmee ook daadwerkelijk de identiteit van een Surinaams bedrijf moeten geven."
Identiteit en prestaties scheiden
Deira pleitte ervoor om de identiteit van een onderneming los te koppelen van haar prestaties op het gebied van local content. Volgens haar moet een bedrijf afzonderlijk worden beoordeeld op de bijdrage die het levert aan de Surinaamse economie, zonder dat dit automatisch bepaalt of het als Surinaams bedrijf wordt aangemerkt.
Zij wees erop dat deze scheiding ook belangrijk is voor de certificering van bedrijven binnen het local content-beleid.
Ruimte voor verdere gezamenlijke uitwerking
Tot slot benadrukte Deira dat de private sector samen met Staatsolie wil blijven werken aan een breed gedragen beleidskader. Volgens haar moet daarbij zorgvuldig worden gekeken naar de positie van zowel Surinaamse als buitenlandse ondernemingen die actief zijn in Suriname.
"Dit zijn de discussies die wij als private sector samen met Staatsolie verder willen voeren, zodat we uiteindelijk komen tot een breed gedragen definitie vanuit het perspectief van de private sector."
Zie videoverslag SUN WEB TV: https://www.youtube.com/watch?v=vnaLiJ24fdk





