
‘Eigenlijk ben ik een beetje verlegen dat ik hierover praat, het is mijn eigen afdeling.’ Desondanks nam de minister van Justitie en Politie, Harish Monorath, geen blad voor de mond en weergaf de krappe ruimte waarin zijn adviseurs hun werkzaamheden moeten uitvoeren. ‘U moet zien hoe mijn adviseurs zitten, dit is die hok,’ illustreerde hij de plek met zijn beide handen, uitgestrekt. Dit deed de bewindsman gisteren voor aanvang van de Raad van Ministers.
Zes academisch gestudeerde personen in een ‘hokje’
Zes personen moeten plaatsnemen en zich zien te manoeuvreren in dat ‘hokje’. Het betreft academisch gestudeerde personen die zeker twee tot drie titels voor hun naam hebben staan. Vanwege het ontbreken van het benodigd apparatuur zijn zij genoodzaakt ‘de hele dag van her en der te rennen.’
De adviseurs beschikken niet eens over een printer waardoor zij telkens een afstand van 20 meter heen en terug moeten afleggen naar het secretariaat om uit te printen of te scannen. Desondanks oefenen zij hun taken en verantwoordelijkheden naar behoren uit. ‘Het is een gezamenlijk leed die we dragen, en we kijken gezamenlijk ernaar hoe we dat gaan oplossen,’ wordt dit door Monorath verwoord. Hun werkzaamheden voeren ze uit op hun eigen persoonlijke laptop. Ondanks hun academische graad, zijn ze ingeschaald varierend vanaf schaal 8 tot 10 binnen de overheidsdienst.
Minister maakt gebruik van zijn eigen persoonlijke spullen
De bewindsman gaf eveneens mee dat hij bij zijn aantreden geen spullen voor eigen gebruik heeft laten kopen met de financiën waar hij aanspraak op maakte. Het budget dat een minister ter beschikking krijgt bij zijn aantreden van bijkans anderhalf miljoen heeft hij gebruikt voor de aanschaf van computers voor de diverse afdelingen. ‘Deze minister heeft geen computer gekocht, ik heb ook geen telefoon gekocht, me telefoon is me eigen telefoon, me laptop is me eigen laptop.’
‘De minister moet zorgen voor een goed gebouw’
‘De werkplek is niet goed, de minister moet zorgen voor een goed gebouw.’ Deze argumenten, aangevoerd door leden van het Bureau voor Familie Rechterlijke Zaken (BUFAZ) om hun werkzaamheden te staken, zijn niet in goede aarde gevallen bij de Justitiebewindsman. Monorath beklemtoont dat hij zich altijd openstelt om probleemgevallen middels dialoog op te lossen. Hij zal altijd een luisterend oor hebben maar doet een dringend beroep om stemmingmakerij achterwege te laten. Alle partijen zijn er gebaat bij om samen op te trekken voor het helpen oplossen van problemen.
De Justitieminister hield voor dat het onmogelijk is dat hij binnen no time een nieuw gebouw realiseert voor die afdeling. Alhoewel hij dit zo graag wil. Het moedergebouw waar bovengenoemde afdeling staat gehuisvest, ondergaat momenteel een renovatiebeurt. De Justitieminister benadrukte dat niet uit het oog verloren moet worden dat het ministerie van Justitie en Politie te kampen heeft met probleemgevallen en vraagstukken die 20 jaren niet zijn aangepakt. Het is onmogelijk om deze vraagstukken binnen een tijdsspanne van 8 tot 9 maanden dat hij aanzit als minister, te realiseren.





