
De voorzitter van De Nationale Assemblée (DNA), Ashwin Adhin, heeft vandaag niet deelgenomen aan de stemming over de vordering tot in staat van beschuldigingstelling van de voormalige ministers Gillmore Hoefdraad, Riad Nurmohamed en Bronto Somohardjo. Voorafgaand aan de stemming legde hij in een stemverklaring uit waarom hij zich niet uitsprak voor of tegen de vordering.
Adhin stelde dat het Reglement van Orde slechts twee stemopties kent: voor of tegen. Omdat onthouding van stemming niet als zelfstandige keuze bestaat, besloot hij tijdens de stemming de vergaderzaal te verlaten. Het voorzitterschap werd tijdelijk overgedragen aan het DNA-lid Plein, als vervanger van de vicevoorzitter.
Volgens Adhin vraagt artikel 5 van de Wet In Staat van Beschuldigingstelling en Vervolging Politieke Ambtsdragers (WIPA) van DNA een politiek-bestuurlijke afweging over de vraag of vervolging in het algemeen belang moet worden geacht. Hij gaf aan dat naar zijn persoonlijke oordeel een aantal procedurele en feitelijke aspecten van de voorliggende vordering nog nadere verheldering verdient. “Het is mij in mijn afweging niet overtuigend gebleken op grond van het thans beschikbare materiaal tot de overtuiging te komen dat aan deze maatstaf is voldaan”, verklaarde de DNA-voorzitter.
Adhin benadrukte dat zijn standpunt geen oordeel inhoudt over de gegrondheid van de vordering zelf. Volgens hem is die beoordeling niet aan DNA, maar aan de daarvoor bevoegde instanties. Zijn beslissing had uitsluitend betrekking op zijn eigen mogelijkheid om op dit moment tot een verantwoorde politiek-bestuurlijke afweging te komen.
Verder onderstreepte hij dat zijn verklaring niet bedoeld was als aanwijzing voor andere parlementariërs. “Die afweging is en blijft bij elk lid afzonderlijk”, aldus Adhin. Uiteindelijk keurde DNA de vorderingen tegen Hoefdraad, Nurmohamed en Somohardjo goed, waardoor het Openbaar Ministerie de voormalige bewindslieden strafrechtelijk kan vervolgen.





