sunnews_logoSURINAME U-NEWS
NIEUWS
Adhin: Evaluatie Nieuw BW moet leiden tot concrete aanbevelingen
lokaal/Trending Berichten/Published on: maandag 26 oktober 2026, 02:58 PM
SHARE
Adhin: Evaluatie Nieuw BW moet leiden tot concrete aanbevelingen

De evaluatie van het Nieuw Burgerlijk Wetboek moet duidelijk maken hoe de nieuwe wetgeving in de praktijk functioneert en welke aanpassingen eventueel nodig zijn. De voorzitter van De Nationale Assemblée (DNA),Ashwin Adhin, benadrukte dit zaterdag 24 oktober tijdens de officiële opening van het congres Evaluatie Nieuw Burgerlijk Wetboek en aanverwante wetten in de Torarica Banquethal.

 

“Een wetboek wordt twee keer aangenomen. Eerst door het parlement, met een stemming. Daarna door de praktijk, dag na dag, in de akte en in het vonnis”, stelde Adhin. Volgens hem is de eerste aanneming in 2024 afgerond. Het congres moet inzicht geven in de wijze waarop de wetgeving inmiddels in de dagelijkse rechtspraktijk wordt toegepast.

 

Het Nieuw Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en vijf aanverwante wetten traden op 1 mei 2025 in werking. Het Hof van Justitie en de Surinaamse Orde van Advocaten hadden al op 1 november 2024 een commissie ingesteld om de toepassing van de nieuwe wetgeving te volgen.

 

Adhin sprak zijn waardering uit voor het feit dat de evaluatie al vóór de inwerkingtreding van de wetten was voorbereid. “U begon met evalueren voordat er iets te evalueren viel. Daarvoor dank ik u, namens het parlement”, zei hij.

 

Knelpunten niet altijd reden voor wetswijziging

De Aansturingscommissie heeft de knelpunten bij de toepassing van de nieuwe wetgeving onderverdeeld in vier categorieën: interpretatievragen, uitvoeringsproblemen, leemten in de wet en onbedoelde gevolgen voor andere wetten.

 

Volgens Adhin is deze indeling belangrijk, omdat niet elk probleem automatisch om een wetswijziging vraagt. Soms kunnen knelpunten worden opgelost door de werkwijze of procedures aan te passen. “Een procedure die knelt, laat zich soms aanpassen zonder één woord van de wet te wijzigen”, merkte hij op.

 

Als voorbeeld noemde de DNA-voorzitter het nieuwe Procesreglement voor civiele zaken, dat op 1 oktober in werking trad. Dit reglement is afgestemd op het nieuwe wetboek en door het Hof van Justitie zelf vastgesteld.

 

DNA wil concrete voorstellen ontvangen

Voor knelpunten waarvoor wel wetswijzigingen noodzakelijk zijn, riep Adhin de deelnemers op om hun aanbevelingen zo concreet mogelijk te formuleren. Daarbij moeten zij per wetsbepaling aangeven welk probleem zich in de praktijk voordoet, welke rechtsgevolgen dit heeft en, waar mogelijk, een voorstel voor een aangepaste wettekst met toelichting opnemen.

 

Op die manier kan het parlement de aanbevelingen gericht behandelen en met de regering bespreken. Adhin herinnerde eraan dat hij in mei al had gepleit voor halfjaarlijks overleg over de evaluatie van het wetboek. Bij dit overleg zouden onder meer de regering, de rechterlijke macht, de advocatuur, het notariaat en andere betrokken instellingen worden betrokken. Volgens hem geeft het congres al invulling aan deze aanpak.

 

De voorzitter zegde toe dat DNA de aanbevelingen in ontvangst zal nemen. De afdeling Juridische Ondersteuning zal deze beoordelen en, waar wetswijzigingen nodig zijn, de voorstellen voorbereiden.

 

Ook wil hij afspraken maken over de terugkoppeling aan de betrokkenen. “De datum waarop ik u verslag doe van wat met elke aanbeveling is gebeurd, stel ik vandaag nog in overleg met de organisatoren vast”, verklaarde Adhin. DNA-leden die deelnemen aan de werkgroepen zullen de bevindingen vastleggen en inbrengen bij de verdere behandeling in het parlement.

 

Nieuw wetboek moet aansluiten op de rechtspraktijk

Het oude Burgerlijk Wetboek uit 1869 heeft Suriname bijna anderhalve eeuw gediend. Met de invoering van het nieuwe wetboek is een belangrijke stap gezet in de modernisering van de wetgeving. Volgens Adhin is het echter van belang dat ook de toepassing ervan voortdurend wordt geëvalueerd.

 

Hij benadrukte dat eventuele aanpassingen moeten voortkomen uit de ervaringen van degenen die dagelijks met de wetgeving werken. “Krijgt het nieuwe wetboek binnen enkele jaren zijn eerste wijziging, dan is dat het bewijs dat wij naar u hebben geluisterd. Dan is ook de tweede aanneming voltooid: die door de rechtspraktijk”, aldus de DNA-voorzitter.