
Het Openbaar Ministerie heeft in hoger beroep een gevangenisstraf van vijftien jaar geëist tegen vijf verdachten in de Pikin Saron-zaak. In eerste aanleg waren ze voor 8 jaar veroordeeld. De mannen worden aangewezen als de breinen achter de gewelddadige gebeurtenissen van 2 mei 2023, waarbij onder meer houttrucks en een politiebureau in brand werden gestoken. Ook werden mensen ontvoerd. De hernieuwde eis stuit op felle kritiek vanuit de inheemse gemeenschap.
Activiste Audrey Christiaan reageert met ontzetting. "Dit is heel jammer en triest. Ik heb er gewoon geen woorden voor," zegt zij tegenover SUN. Volgens haar is de strafeis een duidelijk bewijs dat het Surinaamse rechtssysteem onvoldoende functioneert.
Getuigen herkenden verdachten niet
Christiaan wijst op ernstige tekortkomingen in het onderzoek. Hoewel de verdachten niet ontkennen aanwezig te zijn geweest bij de protestactie, hebben getuigen hen in de rechtszaal niet herkend als de plegers van de specifieke feiten waarvoor zij worden vervolgd, waaronder brandstichting van trucks en poging tot moord. In totaal liggen er bijna 31 aanklachten tegen het vijftal.
Daarnaast stelt Christiaan dat er zowel door getuigen als door politieagenten valse verklaringen zijn afgelegd. Zij meent dat het onderzoek in eerste aanleg onvolledig is geweest en dat er corrigerend had moeten worden opgetreden tegen agenten die leugenachtige verklaringen hebben afgelegd.
Schril contrast: agenten geen dag in de cel
Het meest pijnlijke punt in de kritiek betreft de ongelijke behandeling. Terwijl de vijf verdachten vijftien jaar cel riskeren, eiste het OM tegen de zeven politieagenten die verantwoordelijk waren voor de dood van Ivanildo Dijksteel (32) en Martinus Wolfjager (65) slechts twaalf maanden volledig voorwaardelijk.
De betrokken agenten hebben geen dag in detentie doorgebracht, benadrukt Christiaan. Een obductierapport, dat pas na een maand vertraging werd opgesteld, bracht verontrustende details aan het licht. Uit het rapport bleek dat Dijksteel en Wolfjager op de grond lagen toen zij werden doodgeschoten. Foto's tonen aan dat ten minste één van hen geboeid was. Familieleden en activisten eisen daarom een eerlijke en onafhankelijke waarheidsvinding over wat er die dag precies is gebeurd.
Jarenlange frustratie over grondenrechten
De gebeurtenissen van 2 mei 2023 worden door Christiaan niet gezien als willekeurig geweld, maar als het resultaat van jarenlange frustratie. Zij wijst erop dat Grassalco kort voor de rellen de mannen uit het dorp had verwijderd van goudactiviteiten, terwijl mensen van buiten het gebied daar wel mochten werken. Daarnaast hielden buitenlandse militairen trainingen in het gebied zonder overleg met het dorpsbestuur, waardoor bewoners hun kostgronden niet konden bereiken.
De diepere oorzaak ligt echter bij de collectieve grondenrechten van de inheemse bevolking. Ondanks internationale verdragen en uitspraken zoals het Kaliña en Lokono-vonnis, is er tot nu toe niets gedaan om de rechten van inheemsen wettelijk te verankeren. De overheid blijft concessies uitgeven voor hout en goud in inheemse leefgebieden, terwijl de bewoners zelf geen wettelijke bescherming genieten. Talloze petities aan De Nationale Assemblee hebben tot op heden geen wetgeving opgeleverd.
Oproep tot eerlijk proces
Christiaan kondigt aan zich de komende dagen te beraden met andere inheemse organisaties om een gepast antwoord te formuleren op de strafeis. Vreedzame protestacties worden niet uitgesloten.
Haar boodschap aan de rechter en de samenleving is helder: een eerlijk proces vereist dat zowel het politiegeweld als de structurele achterstelling van de inheemse bevolking niet langer worden genegeerd.
Zie videoverslag SUN WEB TV: https://www.youtube.com/watch?v=IdV4huSF4LE
