
De vrijheid en veiligheid van sekswerkers in Nederland staan onder druk doordat exploitanten zich niet houden aan de geldende regels. Daarvoor waarschuwt het Sekswerk Meld- en Adviespunt (SMAP), dat onder Soa Aids Nederland valt. Volgens de organisatie hebben exploitanten momenteel “vrij spel”, omdat toezicht op de naleving van de regels ontbreekt.
Veel sekswerkers werken niet in loondienst en zijn ook geen zelfstandige zonder personeel (zzp’er). Zij vallen onder de zogenoemde opting-inregeling, waarbij afspraken worden gemaakt met een exploitant. Op papier behouden sekswerkers daarmee hun vrijheid, terwijl exploitanten onder meer loonbelasting en premies innen.
Het SMAP heeft in de afgelopen vier jaar honderden meldingen ontvangen waaruit blijkt dat exploitanten zich regelmatig niet aan de gemaakte afspraken houden. Volgens projectleider Iris de Munnik worden sekswerkers onder meer beboet wanneer zij niet exclusief voor één locatie werken. “Boetes kunnen oplopen tot wel 10.000 euro, terwijl dat niet is toegestaan,” aldus De Munnik.
Daarnaast ontvangt het meldpunt signalen van grensoverschrijdend gedrag door exploitanten. In sommige gevallen zouden zij zich actief bemoeien met de werkzaamheden van sekswerkers. Zo melden betrokkenen dat zij onder druk worden gezet om seksuele handelingen zonder condoom uit te voeren of zelfs cosmetische ingrepen te ondergaan.
Volgens De Munnik hebben sekswerkers vaak weinig keuzevrijheid als het gaat om hun arbeidsvoorwaarden. “In de praktijk wordt de opting-inregeling vaak afgedwongen,” zegt zij. Dat zou mede komen door het afnemende aantal werkplekken binnen de branche, waaronder bordelen. Sekswerkers achter ramen werken doorgaans wel als zzp’er.
Een belangrijk probleem is volgens het SMAP het ontbreken van toezicht. De Arbeidsinspectie handhaaft niet, omdat er officieel geen sprake is van werkgeverschap. Gemeenten houden zich voornamelijk bezig met vergunningen en alleen in bepaalde gevallen kunnen sekswerkers terecht bij de politie.
De Vereniging Exploitanten Relaxbedrijven (VER), die escortbedrijven, seksclubs en privéhuizen vertegenwoordigt, erkent dat er veel onduidelijkheid bestaat over de voorwaarden van de opting-inregeling. Directeur André van Dorst benadrukt echter dat sekswerkers zelf moeten bepalen hoe en aan wie zij diensten leveren. “Als ik weet welke bedrijven de fout ingaan, ga ik persoonlijk bij ze langs,” aldus Van Dorst. (NU)





