
Ruben Ravenberg, directeur van de Stichting Bosbeheer en Bostoezicht (SBB), heeft vandaag een brief geschreven aan president Chandrikapersad Santokhi, waarin hij het ontslag eist van Krishnadath Joerawan, lid van het stichtingsbestuur bij SBB. Ravenberg stelt deze eis vanwege de principes van behoorlijk bestuur en het tegengaan van corruptie. In dit kader is het niet langer verantwoord om Joerawan te handhaven als lid van het stichtingsbestuur. Aan dit verzoek van Ravenberg liggen twee zaken ten grondslag. De SBB-topman beschrijft deze uitgebreid in de brief aan de president.
Op 31 mei 2024 heeft Ravenberg een brief ontvangen van de procureur-generaal (pg) bij het Hof van Justitie (HvJ). “Daarin geeft de pg aan dat de strafzaak tegen de heer Joerawan, waarbij de pg de nodige onderliggende stukken van de SBB heeft ontvangen, buiten geding is afgehandeld. Het gaat daarbij om in beslag genomen illegaal gevelde houtblokken die waren opgekocht door het houtbedrijf van de heer Joerawan, Sharav Timber N.V. Bij fysieke controle van de houtsoort en de dimensies bleek dat deze verschilden van wat er aan informatie over deze blokken in ons Bosbouwregister/SFTSS-systeem stond. Bij controle van de in beslag genomen blokken op de landing van het bedrijf konden de blokken niet meer gevonden worden. Het vermoeden bestaat dat de blokken zijn verzaagd door Joerawan. In deze zaak is Joerawan schuldig aan het opkopen (en vermoedelijk ook verwerken) van illegaal gevelde hout”, merkt Ravenberg op.
“Dat is een strafbaar feit volgens de Wet Bosbeheer en absoluut af te keuren dat een SBB-bestuurslid zich hieraan schuldig heeft gemaakt. Laat het duidelijk zijn dat het illegaal vellen van hout, het opkopen van illegaal gevelde hout alsook het verwerken van illegaal gevelde hout strafbare feiten zijn die gestraft kunnen worden met een gevangenisstraf en/of boete. Vandaar dat de heer Joerawan zijn zaak buiten geding heeft afgehandeld om een gevangenisstraf te ontlopen. Hoewel de pg heeft aangegeven in zijn schrijven dat de heer Joerawan de retributie en/of labelkosten moet betalen, heeft hij tot op heden geweigerd dat te doen, omdat de factuur op naam is gesteld van degene die het hout illegaal had geveld. De SBB heeft per heden een schrijven gestuurd naar de pg om haar op de hoogte te stellen dat, hoewel de SBB de heer Joerawan conform haar schrijven in de gelegenheid heeft gesteld de betalingen te doen, hij geweigerd heeft om gehoor te geven aan haar opdracht. SBB zal dan nadere instructies van de pg afwachten”, stelt de SBB-directeur.
“Op 11 februari 2025 hebben de heer Joerawan en vier andere bestuursleden u als president van de Republiek Suriname een schrijven gestuurd, waarin zij aandringen op het ontslag van ondergetekende als Algemeen Directeur (AD) van de SBB. Ondergetekende deelt u hierbij mede dat het schrijven vol zit met leugens en misleidingen om u als president op het verkeerde been te zetten. Het is respectloos naar u als president wanneer personen die u vertrouwt op een dergelijke wijze uw vertrouwen misbruiken voor eigen gewin. Een van de grootste leugens en misleidingen in het schrijven van de bestuursleden aan u als president is dat de AD nieuwe werknemers als stafmedewerkers in dienst heeft genomen zonder de bepalingen in de statuten van de SBB in acht te hebben genomen”, schrijft Ravenberg in zijn brief aan de president.
Ravenberg deelt de president verder mede dat er in 2024 drie stafleden in dienst zijn genomen na goedkeuring van het dagelijks bestuur, zoals de SBB-statuten aangeven. “Dit zijn de Manager Health & Safety (MHS), Manager Bewaking & Meldkamer (MBM) en Senior Manager Onderzoek en Ontwikkeling (Sr. MOO). De stukken zijn op 12 februari (MHS en MBM) en 7 juni (Sr. MOO) naar het dagelijks bestuur gestuurd. De goedkeuringen zijn gegeven op 20 februari (MHS en MBM) en 9 juli (Sr. MOO). De indiensttredingen zijn gebeurd op 1 maart (MHS), 1 april (MBM) en 1 augustus (Sr. MOO). In 2025 zijn vooralsnog geen stafleden in dienst getreden.”
“In Artikel 6.1c staat dat vertegenwoordigers worden voorgedragen uit onder andere de volgende categorieën, te weten de concessiehouders, de binnenlandbewoners, de milieu-NGO's, het Ministerie van Financiën, de technische wetenschappelijke instituten en het Nationaal Leger. In Artikel 6.2 staat dat de in Artikel 6.1c bedoelde categorieën minimaal twee personen als bestuurslid dienen voor te dragen, door de hoogstverantwoordelijke van de collectieve groep, het orgaan, dan wel het instituut, waaruit de minister één kiest (Productie 38). Artikel 6.2 verduidelijkt dus dat de concessiehouders, de binnenlandbewoners, de milieu-NGO's, het Ministerie van Financiën, de technische wetenschappelijke instituten en het Nationaal Leger elk twee personen moeten voordragen, waarbij de minister dan één kiest. De heren Ramdjan en Joerawan zijn door geen van deze categorieën voorgedragen, maar vermoedelijk door de politieke organisatie waartoe u als president ook behoort. Hierdoor kunnen zij niet optreden als vertegenwoordigers van onder andere de concessiehouders.”
“Het beste was geweest als de Uitvoerende Macht, waaraan u leiding geeft, een schriftelijk verzoek had gestuurd naar onder andere de Associatie van Surinaamse Fabrikanten (ASFA), Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB), Vereniging Binnenlandse Houtproducenten (BHP) en/of Algemene Surinaamse Hout Unie (ASHU) om vertegenwoordigers voor te dragen voor zitting in het SBB-stichtingsbestuur. De vertegenwoordigers van deze organisaties zouden dan verantwoording moeten afleggen aan de afgevaardigde organisatie met betrekking tot de werkzaamheden binnen het SBB-stichtingsbestuur. Maar het onvoorwaardelijk benoemen van houtondernemers binnen het SBB-stichtingsbestuur is letterlijk het creëren van een situatie waarbij het eigenbelang gaat prevaleren boven het SBB- en algemeen belang. Momenteel is daar duidelijk sprake van, met de heer K. Joerawan in 'the lead'.”
“Heer president, u heeft een paar weken terug bij een vergadering van uw partij te Nieuw-Amsterdam in het district Commewijne aangegeven dat als het Surinaamse volk u bij de komende Algemene Vrije en Geheime Verkiezingen op 25 mei 28 zetels geeft, u ons daarvoor zult zegenen met een paradijs. U begrijpt daarbij wel dat om het vertrouwen van het volk te winnen, u onder andere tegen eenieder die in fout gaat keihard moet optreden, zonder aanzien des persoons. Hopend u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en uitkijkend naar uw reactie, verblijf ik”, aldus Ravenberg in de brief aan de president.
Een cc van de brief is ook verzonden naar de Bond Personeel SBB (BPSBB), SBB Directie & Management, SBB-stichtingsbestuur, de minister van Grondbeleid & Bosbeheer en de vicepresident.