sunnews_logoSURINAME U-NEWS
NIEUWS
Wil Suriname van Guyana leren
opinie/Trending Berichten/Published on: dinsdag 25 juli 2023, 08:48 PM
SHARE
Wil Suriname van Guyana leren

INGEZONDEN - Volgens deskundigen zal Climate Chance niet alleen de voedselproductie beïnvloeden, maar ook de productie van olie en aardgas. Dat vanwege de steeds ruwer wordende weersomstandigheden en het zeewater. Volgens hen zullen bedrijven in de olie- en gassector maatregelen moeten treffen, om de veiligheid binnen hun operaties te verhogen. Nu de productie steeds verder en nog dieper in zee plaatsvindt, zal de kans op ongelukken (oilspils) steeds groter worden. In de laatste decennia deed zich 1,8 keren per jaar een oilspil voor. Daarbij kwamen er miljoenen vaten olie per dag in de natuur terecht met alle gevolgen. Daarbij probeerden de multinationals zich vaak middels juridische foefjes en met medewerking van regeringen zich te onttrekken aan hun verantwoordelijkheid. Het is dus van belang dat de samenleving in vooral de kleine en arme landen voldoende maatregelen treft om zich daartegen te beschermen.

Burgers stappen in Guyana naar de rechter

In mei 2023 veroordeelde een rechter van Guyana de daar opererende Amerikaanse Exxonmobile om zich te verzekeren voor een bedrag van USD 12 miljard tegen schade die kan ontstaan als gevolg van haar olieproductieactiviteiten voor de kust van Guyana. Burgers stapten naar de rechter, omdat de Guyanese regering en instituten de Guyanese belangen ondergeschikt maakten aan dat van de daar opererende oliemultinationals. Een onderzoek wees uit dat behalve Guyana zelf, ruim 12 andere landen financiële schade kunnen leiden als er een oilspil veroorzaakt wordt door Exxon. De rechter heeft ook geoordeeld dat het moederbedrijf van Exxon zich garant moet stellen voor de eventuele meer schade. Als Exxon daaraan niet voldoet, zal de vergunning van het bedrijf ingetrokken worden. De ironie wil dat niet Exxonmobiel, maar de Guyanese regering bezwaar had tegen de uitspraak van de rechter. Volgens haar zou de uitspraak van de rechter de oliesector schaden.

Regeringen beschermen multinationals in plaats van eigen volk

Dat de regering van Guyana in de bres springt voor Exxon is niet vreemd. Nog minder dat zij voorbij gaat aan het feit dat Guyana de 12 miljard en meer niet zal kunnen ophoesten, als er een oilspil plaatsvindt. In 2004 werd het boorplatform van TaylorEnergie in de Golf van Mexico door verschuivingen van de zeebodem tijdens een storm kapot geslagen. Daarbij kwamen er per dag honderdduizenden vaten olie in zee. De Amerikaanse autoriteiten hielden dat ruim zes jaren geheim voor de Amerikanen en de wereldgemeenschap. Dat kon zij, omdat er geen doden vielen en de olie niet aan land ging. De Spill werd bij toeval ontdekt in 2010, toen men bezig was met werelds grootste oilspill, veroorzaakt door BP (BritischPetroleum) in de Golf van Mexico. Volgens de Amerikaanse autoriteiten konden zij vanwege de overeenkomst van, en de economische belangen van TaylorEnergie, dat niet bekend maken. Tot heden lekken er nog ruim 100.000 vaten per dag uit de putten, omdat men ze niet goed kan afsluiten. Intussen is TaylorEnergie naar de rechter van de staat Louisiana gestapt. TaylorEnergy eist van de staat Louisiana dat zij USD 650 miljoen terug moet betalen, die TaylorEnergie zou hebben uitgegeven om de olie op zee op te ruimen.

Suriname   

In 2014 vertrok ALCOA uit Suriname, terwijl ze nog een contract van 19 jaren had lopen met Suriname. In het z.g.n.d. Brokopondo overeenkomst was overeengekomen dat ALCOA een geïntegreerd aluminiumbedrijf in Suriname zou opzetten en tot 2033 zou exploiteren. Daarvoor zou ALCOA winstbelastingen betalen aan Suriname. Suriname had in ruil daarvoor ALCOA bauxietvoorraden gedurende 100 jaren gegarandeerd en ruim 140.000 ha land onderwater gezet voor de bouw van een waterkrachtcentrale. Daarbij werden honderden gezinnen op onmenselijk wijze uit hun huis en woongebied verwijderd en nog miljarden USD aan hout, goud en andere mineralen onbereikbaar gemaakt voor Suriname. Echter vertrok ALCOA 19 jaar eerder zonder de inkomstenderving van Suriname te vergoeden. Integendeel kreeg zij nog 100 miljoen USD  mee van de Surinaamse regering in 2019. Na vier jaren heeft de overheid nog steeds  geen rapport uitgebracht over de vorderingen van de rehabilitatie van de uitgemijnde gebieden door ALCOA.                                                                                                                

In april 2022 zette Staatsolie de burgers van het district Brokopondo onder water. Zij, eigenaar van het meer en de stuwdam, had door mismanagement het water in het meer tot ver boven het toelaatbare laten stijgen, waardoor het water over de dam dreigde te stromen. Om de dam te redden, spuide zij het water in grote hoeveelheden, waardoor de rivier beneden de dam, dat niet kon verwerken en ver buiten haar overs trad. Vervolgens verklaarde Staatsolie dat de overstroming werd veroorzaakt door de natuur. Vicepresident Ronnie Brunswijk verklaarde op een vergadering ter plaatse, in aanwezigheid van Staatsolie, dat Staatsolie de overstroming had veroorzaakt en daardoor ook verantwoordelijk was voor de schade. Echter werd hij daarna muisstil. De Energie Autoriteit Suriname die erop moest toezien dat Staatsolie dergelijke situaties niet veroorzaakte, haalde zelfs een ingenieursbureau (Worley) uit het buitenland om de onschuld van Staatsolie te bewijzen. Het NIMOS, de waakhond van het milieu van Suriname, was nergens te bekennen. Ook bij de spil van olie in oktober 2022 te Dijkveld, was ze nergens te bespeuren. Terwijl ze in het geval van het cyanideprobleem in het Afobakameer haar bestaansrecht ook niet kon tonen. Intussen loopt er vanaf 2018 een rechtszaak tegen haar vanwege hand- en spandiensten die zij aan Staatsolie heeft verleend bij het vernietigen van het milieu in het Wayambogebied in het district Saramacca.

De overeenkomsten met de oliemultinationals

Op verschillende momenten is aan Staatsolie gevraagd om de overeenkomsten met de multinationals op zee toegankelijk te maken voor de samenleving. Echter zonder resultaat.  Bij de bekendmaking van de eerste vondst van olie in 2019 steeg de prijs van een aandeel van Apache met USD 27,50. Dat betekent dat met het erbij halen van het oliebedrijf Total zij geen cent meer uit eigen zaak betaald. Terwijl Suriname de eigenaar van de olie (waarvan de aanwezigheid van meer dan 13 miljard vaten olie en gas door de Amerikaanse Geological Center reeds voor 1999 wereldkundig was gemaakt), ruim USD 1 miljard moet neertellen als zij in aanmerking wil komen voor 20% van de opgepompte olie. En dat exclusief de pompkosten. Exxonmobile heeft USD 18 miljoen ondertekening bonus betaald bij het sluiten van haar overeenkomst met Guyana. Het betalen van bonus in de oliewereld is overigens een regel. Volgens Staatsolie heeft zij in 2020 een veel betere deal met Chevron gesloten dan in 2015 met Apache. Zij ontving van Chevron USD dertig miljoen ondertekeningsbonus. Waarom staat er nergens vermeld hoeveel Apache, die een voordeligere deal en de beste concessie heeft gehad in 2015, aan bonus heeft betaald?

Suriname gaat altijd betalen voor de schade

Volgens een modelcontract dat Staatsolie op internet heeft geplaatst, zou Apache alleen verantwoordelijk zijn voor schade, als gevolg van oilspill, die door haar veroorzaakt is. De vraag is wie gaat de werkzaamheden van Apache controleren en wie gaat bepalen als Apache wel of niet schuldig is? In december 2020 moest Apache met de meeste spoed alle werkzaamheden staken, omdat zij de druk uit de bron die ze aan het boren was, niet onder controle kreeg. De regering-Santokhi-Brunswijk verklaarde op een persconferentie van 29 december 2020 dat zij niet op de hoogte was van het geval. Hoe kan Apache zo een ernstig geval niet hebben gerapporteerd aan Staatsolie of had de regering niet de waarheid gesproken? Wat gaat Apache nog in de toekomst geheimhouden voor Staatsolie (lees Suriname)? Wie zou in dat geval de schuldige zijn? In het model staat verder dat indien Apache de spil niet opruimt of verspreiding niet voorkomt, Staatsolie” gerechtigd” is dat te doen. En de eventuele schade te claimen bij Apache. Als Staatsolie ook deelnemer is in de operatie, gaat ze dan nog schade kunnen claimen? Heeft het gedrag van Staatsolie, van april 2022 te Brokopondo, niet voldoende aangetoond wat de samenleving van haar mag verwachten?

Waarom wil Suriname niet leren van Guyana

In het geval van Guyana gaat het om 12 landen die financieel getroffen kunnen worden vanwege hun zeevisserij, strandtoerisme etc. In geval van Suriname gaat het om 14 landen (incl. Guyana en Suriname). Hoe gaat Suriname dat vergoeden? Waarom houdt Staatsolie, die slechts als vertegenwoordiger van het volk mag optreden, de overeenkomsten geheim? Waarom vraagt DNA de regering geen rekenschap daarvoor? Suriname heeft ook de ervaring van 2019 waarbij de regering-Bouterse Alcan heeft laten vertrekken, met de mededeling aan de gemeenschap dat ALCOA veel deskundigen heeft en Suriname geen kans zou maken met gerechtelijke stappen. Waarom mag Suriname met die ervaring, niet nu alle contracten goed laten bestuderen door haar eigen deskundigen en indien nodig van buiten?

Kenneth Sukul

Gerelateerd nieuws